Selecteer een pagina

Rainbows & Confetti

Over alles en niks. Omdat het kan.

40 dagen bloggen. Start.

Gisteren las ik bij Kelly dat ze meedoet aan “40 dagen bloggen”. Wel ja, dacht ik. Dat is het! Dus ik schreef mij gisterenavond in en begin er een dag te laat aan. Want een baby met een sprongetje besliste dat er gisterenavond nog nul tijd was om even rustig te gaan zitten en dit te typen.

Op deze blog stond al weer een jaar niets. Niet omdat ik niet wil schrijven, maar omdat ik niet durf. Elke f*cking keer opnieuw. “40 dagen bloggen” wordt dus een hele uitdaging, waarschijnlijk een heuse confrontatie met mezelf en hopelijk leer ik er wat uit. Dat schrijven gewoon plezant is bijvoorbeeld (dat weet ik eigenlijk al) en dat het niet uitmaakt of iemand dat leest en goed vindt (hoewel dat wel leuk zou zijn natuurlijk).

In het afgelopen jaar gebeurde er wel wat. Hence de #Ot en de babyspam op mijn Instagramaccount. Gaat dat hier nu de hele tijd over baby’s gaan? Hopelijk niet. Maar ik moet nog wel wat kwijt over een kindje krijgen voor de eerste keer. En nu ik nog in zwangerschapsverlof ben, is mijn wereld nog niet zo heel veel groter dan die baby. Maar op 9 maart ga ik terug aan de slag. Dus dan gaat de wereld terug wat breder open. Bovendien start het moestuinseizoen bijna terug. Hoera!

Dus nu zijn we vertrokken en zoek ik nog snel een foto voor hierboven voordat Ot helemaal wakker is.

Winter Shminter

Het is nog te vroeg om te moestuinieren. En dat suckt.

Zolang de winter mooi was en ons verwende met ijskoude, maar stralende dagen bleven de tuinkriebels goed verborgen. Ons heel lijf wis: met dat weer zet ge geen plant buiten. En dus deden we niets. We aten nog een verloren rammenas en de laatste pompoenen. De spruitjes waren op z’n lekkerst.

Maar toen kwam de regen. En de warmte. (Allez, semi-warmte.) En het schoon van de winter was door en dus wilden wij moestuinieren. Elke matige moestuinierder weet: er is geen moment zo ambetant als het moment dat het kriebelt en ge ’s avonds al de merels hoort, maar zaaien en planten nog geen ene zin heeft. Zelfs ZsaZsa herself stelt voor dat ge in februari uw schup afkuist. (Ik houd niet van kuisen.)

Maar mijn lief zou mijn lief niet zijn, als hij in januari niet al binnen eens iets uitprobeerde. Er lag nog een overschot gember in de kast, met scheut. En die belandde in een bak. We zijn nu ongeveer een maand verder en dat geeft al een flinke nieuwe spriet. (Ziet ge de spriet?!) Binnen 8 tot 9 maanden gaat de plant blijkbaar dood en dan kan je de gemberwortel oogsten, een stukje afsnijden en dat weer planten. Wij zijn benieuwd! Verder staat er aan onze venster al vers gezaaide basilicum (flink met de kopjes naar de zon) en sinds dit weekend pluksla (mijn lief zag al iets verschijnen, ik niet).

Om maar te zeggen dat wij al een beetje weer begonnen zijn.

2016. Muziek.

Iets meer dan zeven jaar geleden ging ik auditie doen bij een koor. Naast je muzikale talenten laten zien, moest je ook een sollicitatiegesprekje ondergaan. Waarom wil je dit doen? Waarom dit koor? Ben je wel gemotiveerd genoeg? Dat soort zaken. Ik herinner me niet uitgeslapen genoeg te zijn voor zo’n gesprekje (hallo zeg, een hele dag auditie voor een koor), maar één van mijn antwoorden bleef me bij: met andere mensen muziek maken is helend.

Laat 2017 het jaar zijn waarin ik dat terug introduceer.

Maar eerst nog de Highlights from 2016.

In 2016 mocht ik zingen op twee trouwmomenten.

Mogen zingen op trouwmomenten is altijd ongelofelijk plezant. Een hele eer ook. En als je de trouwers heel goed kent, dan is dat kiekevel van boven tot onder en proberen niet te janken.

Hanne en Lim vroegen een lied van nonkel Bruce. Ik koos er zelf nog deze Tom Waits bovenop. Hoera voor de herontdekking van Closing Time dit najaar.

In 2016 waren er concerten om nooit te vergeten.

Concerten die nazinderden. Wanneer het applaus was verstomd en de zaallichten al lang weer aan. Dagen, soms weken lang. Herbeleefd in mijn lijf.

Zoals We shall overcome van Wim Opbrouck en vrienden. Ik wilde gaan omwille van de titel en het nummer dat ik ken van de Seeger Sessions van Springsteen. Het overtrof al mijn verwachtingen. Blijkt dat ik fan ben van wat Opbrouck maakt.

Het andere was Hans Zimmer in Paleis 12. Op het eerste gezicht heel vreemd die grote zaal, maar het was super. Ook al omdat een vriend van ons meezong. Jaloers van begin tot einde, ik.

Zimmer is de componist van mijn allerfavorietste filmmuziek ooit: Gladiator. Het is de muziek waar ik ooit uren aan een stuk op studeerde (of toch heel hard mijn best deed) en die ook nu nog mijn focusmode op on zet. Dat live horen was wenen.

Het laatste nummer kwam uit de film Inception. En ik nodig u graag uit om te volgen tot die geschifte laatste noot.

2016. Eerste keren.

Er zijn pinterest motivational quotes die roepen dat je elke dag iets nieuw moet proberen. Ik vind dat er minstens lichtjes over. Er zijn dagen dat ik net gedaan krijg wat ik elke dag doe. En dat is dik ok.

Maar nieuwe dingen doen. Dingen die je nooit mocht of durfde of ook maar kon bedenken. Dat geeft een enorm goed gevoel. Kleine overwinningen. Op jezelf of op anderen. Mijn hele lijf lacht als ik er aan terug denk.

In 2016 zwom ik voor de eerste keer in de (Middellandse) Zee.

Niet alleen voetjes. Echt helemaal gezwommen en al. In bikini.

Als kind gingen wij niet naar de zee. Wij gingen naar de bergen. Of de Ardennen (berg-ish). Toen ik in het vijfde studiejaar zat, gingen we op reis naar Amerika. Daar zwommen we samen in de Mexicaanse Golf. Tot de haaien en de storm kwamen. Dat was eigenlijk de eerste echte keer in de zee. Maar daar gaat het niet om.

Het was de eerste keer zwemmen in de zee. Op een strand. Waar ge in uwe bikini helemaal over moet. Tussen duizend mensen door, die doorwinterde zonnekloppers zijn. En zeker vanalles te zeggen en te vinden hebben.

In het verleden had ik dat altijd netjes gemeden. Ik ging als 15-jarige niet mee zwemmen in Kapermolen, Terlaemen of in’t Koet. Ik ging niet zwemmen in Ventimiglia, Venice Beach of Barcelona.

Maar deze zomer dus wel. In het bijzijn van mijn schoonzus en schoonmoeder dan nog wel. En het was zalig.

Echt. Zalig.

In 2016 gingen we voor de eerste keer alleen op pad met mijn petekind.

Ik heb een nichtje en twee neefjes. De jongste mag ik mijn petekind noemen. Door een overvloed aan grootouders hebben wij daar nooit veel op moeten passen. En waren uitjes met de kindjes ook vaak uitjes met mijn mama. Ik heb daar ook lang schrik van gehad. Alsof ik dat niet ging kunnen. Op kinderen passen.

Maar dat is intussen anders. En dus gingen we met z’n drietjes naar de binnenspeeltuin.

Dolle pret! En binnenkort opnieuw.

In 2016 ging ik voor de eerste keer betogen. 

Ook dat is niet echt echt waar. Want wij gingen met de chiro al eens protesteren tegen het uitgraven van een speelbos. En in Leuven mee als anti-betoging tegen het NSV. En in het zesde studiejaar hielden we ooit een zitstaking. Maar in mijn volwassen leven vond ik dit toch een eerste keer.

Op 29 september liep ik mee op in Brussel achter een spandoek “Sociaal werk is niet te koop”. Niet voor geld of voor verlof. Daarvoor zou ik dat niet kunnen. Wel om collega’s in Antwerpen te steunen en te laten zien dat ik het niet eens ben met een overheid die maatschappelijk werk uitbesteed aan winstondernemingen.

Ik geloof heel erg dat het een van de taken van de overheid is om te voorzien in het welzijn van de samenleving. Daarvoor wil ik graag bijdragen aan de staatskas en de sociale zekerheid. Zodat mensen die dat nodig hebben gratis terecht kunnen op plekken als het CAW (en nog vele andere). Daarvoor wil ik ook als persoon bijdragen. Op welke manier dan ook.

Ik geloof heel erg in tweede en derde en vierde kansen. En dat ge met lief en warm zijn voor een ander (ook degene die je niet kent) alleen maar iets goeds kunt bereiken. Mens tot mens, weet ge wel.

Ik geloof ook heel erg dat je met kleine dingen soms veel kan bereiken. Als het over menselijkheid gaat. Dat je niet moet wachten tot die overheid dat allemaal doet. Maar dat je zelf het goede voorbeeld kan geven. En dat ga ik zeker en vast proberen in 2017. (Help. Een goed voornemen!)

In 2016 ging ik voor de eerste keer in bad in ons eigen huis.

Dat klinkt ongelofelijk banaal, maar ik vond dat super de max. Niks zo goed als een week afsluiten met een zalig bad op zondagavond.

Wij verhuisden tweeënhalf jaar geleden naar ons eigen huis. De eerste maand moesten we nog douchen op verplaatsing, maar dat kwam uiteindelijk snel goed. De rest van de badkamer liet een goede twee jaar op zich wachten (tijd en centen en goesting). Maar nu is ie er dus wel.

2 lavabo’s in fancy kasten. En een aangesloten bad.

I love it!

 

Ik schreef ook een stukje over muziek in 2016.