Selecteer een pagina
En een extra stukje oor.

En een extra stukje oor.

En een extra stukje oor.

Ot was uitgeteld voor 10 december. Ik was er heilig van overtuigd dat hij pas de 20e zou komen. Een eerste kindje komt nu eenmaal vaak te laat. Mijn zwangerschap was verder zonder problemen verlopen en er bougeerde nog niet echt iets. Ik stopte twee weken voor datum met werken en dacht nog even te bekomen van het drukke en uiteindelijk ook zieke (oorontsteking doet belachelijk zeer, miljaar) najaar.

De osteopaat en ik waren het er over eens op maandag. Dat was nog niet voor deze week. De gynaecoloog en ik waren het er over eens op dinsdag. Dat was nog niet voor deze week. Woensdagavond brak mijn water. Bij vrienden thuis. Niet met een hele plas op de vloer enzo, maar toch. Minstens een beetje awkward. Ot zijn peter bracht me handdoeken en wij reden naar huis. Een beetje beduusd en al.

Ik had gekozen voor een vroedvrouwenpraktijk die wel de arbeid aan huis begeleiden, maar geen thuisbevallingen doen. Monique stond om 22u aan onze deur om mij te onderzoeken. Maar zoals we al dachten, er bougeerde niets. Ook om 1u bougeerde er niets en dus probeerden we wat verder te slapen. Het zal u niet verbazen dat dat niet zo heel evident was, dat slapen. Want buiten het feit dat ik om het uur dacht “Voel ik nu iets?”, moest ik in mijn hoofd ook alles nog efkes regelen. We hadden ’s avonds inderhaast Ot zijn valies verder gepakt, mijn valies gepakt, nog wat opgeruimd en het vlees dat nog in de frigo klaarlag om 7 liter spaghettisaus en 3 liter stoofvlees te worden, in de diepvries gestoken. Want mijn lijstje “Dingen om klaar te hebben voor de baby komt” was niet klaar geraakt.

Fast forward naar donderdagochtend 8u, ingeschreven (want verwacht) in het moederhuis hier in Diest. We kregen de eerste arbeidskamer rechts. Het bleek al snel een drukke dag in het verloskwartier. Naast ons moest er nog iemand ingeleid. Aan de overkant kwam een tweeling ter wereld. Later op de dag rolde er nog iemand binnen en snel weer buiten. Ot was uiteindelijk de 5e en laatste van de dag.

Ik had op voorhand best veel gelezen, misschien wel te veel gelezen. Over #genoeggezwegen en hoe vrouwen in hun bevalling een ongelofelijk trauma opliepen. Ik had schrik (enorm veel schrik) om hetzelfde mee te maken. Om zeggenschap ontnomen te worden, om gepusht te worden in een richting die ik niet in wilde gaan, … Ik wist dat ingeleid worden meer kans gaf op meer pijn, meer kans gaf op een epidurale verdoving, meer kans gaf op een knip, meer kans gaf op complicaties.

Maar de verhalen die ik gelezen had, waren niet mijn verhaal. Ieders verhaal is anders. En onze dag werd ongelofelijk mooi, warm en om nooit meer te vergeten.

Ik kreeg dus een infuus, banden om mijn buik voor de monitor en de boodschap dat ze dat om de zoveel tijd wat hoger gingen komen zetten. Zo ging alles wel op gang komen. Wij wachtten rustig af en bestelden intussen nog enveloppen online, vroegen nog eens na wanneer de zakjes en stickers zouden aankomen en kozen ook nog snel hoe we de grote weckpotten zouden toe houden. (Ik zei al, mijn lijstje was niet klaar geraakt. Ja, ik weet het, ge moet dat doen voor 38 weken. Nee, dat is niet gelukt.)

We sms’ten en chatten met familie en vrienden die toch net die donderdag uitkozen om nog eens te polsen hoe het met ons ging. “Goed! Beetje rusten, de laatste dingen in orde maken.” (Dat was dus niet helemaal gelogen he.) Ik las de tekst die Leen die ochtend op facebook plaatste en we wisten weer hoe dankbaar we mochten zijn voor wat er allemaal ging gebeuren.

Rond twaalf uur zei de vroedvrouw “Ja, we zitten aan 5 cm. Maar dat water van u is toch niet helemaal gebroken. Ik zet het infuus uit. En dan breken we uw vliezen verder en dan gaat dat hier nogal eens in gang schieten hoor. Zijt ge zeker dat ge geen epidurale wilt?” Ik had al eens vriendelijk bedankt en deed dat nu weer. Ik ging nog gans goed op die bal.

Dat dat nogal eens in gang ging schieten bleek een fabeltje en daar was ik niet zo goedgezind over. Ik werkte keihard, maar dat ging niet vooruit zoals de vroedvrouw had beloofd. Toch maar dat infuus terug aan. En was ik zeker dat ik geen epidurale wilde?

Maar ik werkte verder. Vanop mijn bal. In mijn linkerhand het uiteinde van het bed, in de rechter het statief van de infuus. Ergens in de namiddag probeerden we nog Regenwormen te spelen. De stagiaire keek een beetje raar.

Ik kreeg warmtepakken op mijn onderrug en Samme zat er bij en keek er naar (hij at af en toe ook iets met vleessaus en een mandarijntje). Op voorhand hadden we wild gespeculeerd over hoe ik me zou gedragen in het heetst van de strijd. Zou ik roepen, hem verwensen, wenen? Blijkbaar niet. Ik bleef in mijn coconnetje. En iedereen moest vooral van mijn lijf blijven.

Om 19u kwam het verdict “Toch maar een epidurale”, want mijn lijf kreeg dat niet meer verzet en we zaten nog altijd maar aan 8. Bovendien waren die weeën nooit echt geweest wat ze hadden moeten zijn. Dus zette ik mijn schrik voor de prik opzij (die verdoving doet wel degelijk veel meer pijn dan mijn tandarts mij ooit pijn gedaan heeft) en voelde mijn buik even later aan als een ballonnetje. Het infuus werd nog wat harder open gezet en een uurtje later was Ot er klaar voor.

Op 30 minuten gaat dat hier klaar zijn, zei de vroedvrouw. Het werden er 40, al leek het nog geen kwartier verder toen ik vanuit de verte werd aangemaand mijn ogen open te doen en hem aan te nemen. Wist ik veel dat we al zo ver waren! Hij schreeuwde en kreeg een flinke 10.

21:06. 48 cm. 3.080 kg. 10 vingers, 10 tenen en een extra stukje oor. Ot.

Lijf en leden.

Lijf en leden.

Lijf en leden.

Ik doe mijn joggingbroek aan, wat uitgezakt sinds de wasbeurt van vorig weekend. Dikke wandelsokken aan mijn voeten, iets om gezelligheid te ensceneren (hygge ofzo). Een eenvoudige top, gemakkelijk voor de borstvoeding en een trui, want zomer is dat hier nog niet. Het is mijn uniform van de afgelopen 11 weken en het doet mijn lijf absoluut geen eer aan. Het doet mij geen eer aan, besef ik.

Mijn lijf en ik, wij zijn heel lang niet zo’n goede vrienden geweest. Te dik, niet mooi, te veel te donkere haren, te lomp. Wanneer dat idee er gekomen is, weet ik niet. In mijn hoofd is het altijd zo geweest dat ik moest oppassen wat ik at, want daar en daar werd je dik van. Ik was altijd al de dikste van de hoop (excuus, mollig was het gebruikte woord). Toch zie ik geen dik kind wanneer ik terugblader in fotoalbums uit mijn kindertijd.

Ergens ging het dus mis tussen dat lijf van mij en mezelf. Ergens gingen we elk onze eigen weg, hoorden we niet meer samen. Waren we elk iets apart. Of waren we misschien wel niet.

De afgelopen jaren werkte ik hard om mezelf terug wat liever te zien en dus ook dat lijf van mij. Ik leerde dat we samen horen, samen deel uitmaken van één fijn, mooi en waardevol geheel. Dat ik wat zachter en milder mocht zijn. Ook voor mezelf. En dat er niets mis is met zorgen voor je eigen lichaam en geest.

Al dat geleerde nam ik mee in een zwangerschap en bevalling waarin mijn lijf me versteld deed staan. Nooit was ik zo trots op mijn sterke lijf, de kracht ervan, wat wij samen hadden gepresteerd die 30e november. Nooit eerder had ik mezelf zo aanvaard zonder verwijten of verwensingen als tijdens dat magische derde trimester.

11 weken later schiet er van zacht zijn en zorgen voor mezelf niet zo heel veel meer over. Is de eer even ver zoek.

Maar misschien al goed dat ik dat bij deze besefte.

Want je moet ergens beginnen. En zacht zijn voor jezelf. Nietwaar?

2016. Muziek.

2016. Muziek.

2016. Muziek.

Iets meer dan zeven jaar geleden ging ik auditie doen bij een koor. Naast je muzikale talenten laten zien, moest je ook een sollicitatiegesprekje ondergaan. Waarom wil je dit doen? Waarom dit koor? Ben je wel gemotiveerd genoeg? Dat soort zaken. Ik herinner me niet uitgeslapen genoeg te zijn voor zo’n gesprekje (hallo zeg, een hele dag auditie voor een koor), maar één van mijn antwoorden bleef me bij: met andere mensen muziek maken is helend.

Laat 2017 het jaar zijn waarin ik dat terug introduceer.

Maar eerst nog de Highlights from 2016.

In 2016 mocht ik zingen op twee trouwmomenten.

Mogen zingen op trouwmomenten is altijd ongelofelijk plezant. Een hele eer ook. En als je de trouwers heel goed kent, dan is dat kiekevel van boven tot onder en proberen niet te janken.

Hanne en Lim vroegen een lied van nonkel Bruce. Ik koos er zelf nog deze Tom Waits bovenop. Hoera voor de herontdekking van Closing Time dit najaar.

In 2016 waren er concerten om nooit te vergeten.

Concerten die nazinderden. Wanneer het applaus was verstomd en de zaallichten al lang weer aan. Dagen, soms weken lang. Herbeleefd in mijn lijf.

Zoals We shall overcome van Wim Opbrouck en vrienden. Ik wilde gaan omwille van de titel en het nummer dat ik ken van de Seeger Sessions van Springsteen. Het overtrof al mijn verwachtingen. Blijkt dat ik fan ben van wat Opbrouck maakt.

Het andere was Hans Zimmer in Paleis 12. Op het eerste gezicht heel vreemd die grote zaal, maar het was super. Ook al omdat een vriend van ons meezong. Jaloers van begin tot einde, ik.

Zimmer is de componist van mijn allerfavorietste filmmuziek ooit: Gladiator. Het is de muziek waar ik ooit uren aan een stuk op studeerde (of toch heel hard mijn best deed) en die ook nu nog mijn focusmode op on zet. Dat live horen was wenen.

Het laatste nummer kwam uit de film Inception. En ik nodig u graag uit om te volgen tot die geschifte laatste noot.

2016. Eerste keren.

2016. Eerste keren.

2016. Eerste keren.

Er zijn pinterest motivational quotes die roepen dat je elke dag iets nieuw moet proberen. Ik vind dat er minstens lichtjes over. Er zijn dagen dat ik net gedaan krijg wat ik elke dag doe. En dat is dik ok.

Maar nieuwe dingen doen. Dingen die je nooit mocht of durfde of ook maar kon bedenken. Dat geeft een enorm goed gevoel. Kleine overwinningen. Op jezelf of op anderen. Mijn hele lijf lacht als ik er aan terug denk.

In 2016 zwom ik voor de eerste keer in de (Middellandse) Zee.

Niet alleen voetjes. Echt helemaal gezwommen en al. In bikini.

Als kind gingen wij niet naar de zee. Wij gingen naar de bergen. Of de Ardennen (berg-ish). Toen ik in het vijfde studiejaar zat, gingen we op reis naar Amerika. Daar zwommen we samen in de Mexicaanse Golf. Tot de haaien en de storm kwamen. Dat was eigenlijk de eerste echte keer in de zee. Maar daar gaat het niet om.

Het was de eerste keer zwemmen in de zee. Op een strand. Waar ge in uwe bikini helemaal over moet. Tussen duizend mensen door, die doorwinterde zonnekloppers zijn. En zeker vanalles te zeggen en te vinden hebben.

In het verleden had ik dat altijd netjes gemeden. Ik ging als 15-jarige niet mee zwemmen in Kapermolen, Terlaemen of in’t Koet. Ik ging niet zwemmen in Ventimiglia, Venice Beach of Barcelona.

Maar deze zomer dus wel. In het bijzijn van mijn schoonzus en schoonmoeder dan nog wel. En het was zalig.

Echt. Zalig.

In 2016 gingen we voor de eerste keer alleen op pad met mijn petekind.

Ik heb een nichtje en twee neefjes. De jongste mag ik mijn petekind noemen. Door een overvloed aan grootouders hebben wij daar nooit veel op moeten passen. En waren uitjes met de kindjes ook vaak uitjes met mijn mama. Ik heb daar ook lang schrik van gehad. Alsof ik dat niet ging kunnen. Op kinderen passen.

Maar dat is intussen anders. En dus gingen we met z’n drietjes naar de binnenspeeltuin.

Dolle pret! En binnenkort opnieuw.

In 2016 ging ik voor de eerste keer betogen. 

Ook dat is niet echt echt waar. Want wij gingen met de chiro al eens protesteren tegen het uitgraven van een speelbos. En in Leuven mee als anti-betoging tegen het NSV. En in het zesde studiejaar hielden we ooit een zitstaking. Maar in mijn volwassen leven vond ik dit toch een eerste keer.

Op 29 september liep ik mee op in Brussel achter een spandoek “Sociaal werk is niet te koop”. Niet voor geld of voor verlof. Daarvoor zou ik dat niet kunnen. Wel om collega’s in Antwerpen te steunen en te laten zien dat ik het niet eens ben met een overheid die maatschappelijk werk uitbesteed aan winstondernemingen.

Ik geloof heel erg dat het een van de taken van de overheid is om te voorzien in het welzijn van de samenleving. Daarvoor wil ik graag bijdragen aan de staatskas en de sociale zekerheid. Zodat mensen die dat nodig hebben gratis terecht kunnen op plekken als het CAW (en nog vele andere). Daarvoor wil ik ook als persoon bijdragen. Op welke manier dan ook.

Ik geloof heel erg in tweede en derde en vierde kansen. En dat ge met lief en warm zijn voor een ander (ook degene die je niet kent) alleen maar iets goeds kunt bereiken. Mens tot mens, weet ge wel.

Ik geloof ook heel erg dat je met kleine dingen soms veel kan bereiken. Als het over menselijkheid gaat. Dat je niet moet wachten tot die overheid dat allemaal doet. Maar dat je zelf het goede voorbeeld kan geven. En dat ga ik zeker en vast proberen in 2017. (Help. Een goed voornemen!)

In 2016 ging ik voor de eerste keer in bad in ons eigen huis.

Dat klinkt ongelofelijk banaal, maar ik vond dat super de max. Niks zo goed als een week afsluiten met een zalig bad op zondagavond.

Wij verhuisden tweeënhalf jaar geleden naar ons eigen huis. De eerste maand moesten we nog douchen op verplaatsing, maar dat kwam uiteindelijk snel goed. De rest van de badkamer liet een goede twee jaar op zich wachten (tijd en centen en goesting). Maar nu is ie er dus wel.

2 lavabo’s in fancy kasten. En een aangesloten bad.

I love it!

 

Ik schreef ook een stukje over muziek in 2016.

2016. Jaaroverzichtje.

2016. Jaaroverzichtje.

2016. Jaaroverzichtje.

Wat is een jaareinde zonder terugblik. Zonder met een tas koffie in de hand vooruit staren en mijmeren. Bladeren door de hoofdstukken van het jaar in uw geheugen en in Google foto’s. Ahja.

2016 was veel. Opdrachten, cursussen, uitjes, reisjes, vrijwilligerswerk, … Maar ook verdriet over dingen die ik maar niet kon begrijpen, voor mensen die ik nooit had ontmoet. Een 8 november die nog nazindert in mijn hoofd en in mijn lijf.

Ondanks dat alles wil ik graag op twee zaken terugblikken in 2016. Zaken die mij blij maakten, drive gaven, bruis ook een beetje en die navolging zullen krijgen in 2017.

2016 in eerste keren.

2016 in muziek.

(Vorig jaar las ik ergens dat het hip was geen goede voornemens te maken, maar een jaarthema te kiezen. Het mijne werd vuur en de foto is dan ook een van de vele vuurtjes dit jaar. Deze was op reis met vrienden in Frankrijk)

Dat ik u een ploeg supporters toewens

Dat ik u een ploeg supporters toewens

Dat ik u een ploeg supporters toewens

Ik denk vaak dat ik het allemaal alleen moet doen. U vraagt dan: “Wat is ‘het’?” Mijn antwoord: “Alles.” Dat ‘alles’ is vaak verpletterend genoeg om uiteindelijk helemaal niet meer in actie te schieten. Waardoor de hoop ‘te doen’ alleen maar groter wordt. En het gevoel niet goed bezig te zijn compleet de overhand neemt.

Dat is niet echt plezant. En niet evident om uit te komen. Maar het kan wel.

Afgelopen week werd ik eraan herinnerd dat het niet alleen moet. Dat er geen schande of falen ligt in het krijgen van een duwtje in de rug. En dat als je vertelt wat moeilijk is, er een bende vrienden opstaat om te supporteren. Soms letterlijk. Dat er mensen zijn die enthousiast worden over de dingen die je zelf miniem of banaal vindt. Die je overtuigen van het feit dat je goed bezigt bent en aanmoedigen om verder te zetten.

Zo’n supportersclub is de max. En ik wens het u allemaal helemaal en van harte toe. Maar het doet me ook denken. Voor wie zal ik zelf de komende week nog eens voluit supporteren? Voor wie jij?