Selecteer een pagina
Hoe content wij zijn met wasbare luiers

Hoe content wij zijn met wasbare luiers

Ik wist dat ik herbruikbare luiers wilde proberen toen ik de posts (onderaan doorklikken voor het vervolg) van Mme ZsaZsa las. Die post dateert blijkbaar van oktober 2014, dus toen wilde ik precies toch ook al een baby.

Zoals dat gaat met dingen die ik online lees, vertelde ik honderduit tegen Samme over wat voor een prachtig iets dat wel was, die luiers en wilde hij wel wat meer uitleg, eens het zover was. En zo geschiede.

Deze zomer zagen we de herbruikbare luiers aan het werk bij vrienden, werd dat allemaal wat meer tastbaar. En in oktober gingen we naar een gratis infoavond van Doekjes en Broekjes in Leuven.

Ann vertelde er eerst in duidelijke taal wat de voordelen zijn van luiers (economisch, ecologisch, …). Ze lichtte ook toe hoe zij zelf keuzes maken in welke luiers ze aanbieden. Alles wordt bij hen goed doordacht: het materiaal van de luiers, waar ze gemaakt worden, hoeveel transport daarbij komt kijken en of dat allemaal op een eerlijke manier gebeurt. Ze staan in nauw contact met hun leveranciers en kunnen met de hand op het hart zeggen dat ze 100% achter elk van de producten staan. Ik houd daar wel van, een winkel waar ze me precies kunnen vertellen waar de producten vandaan komen.

Ot met luier en met overbroekje, ongeveer een maand oud.

Kiezen tussen verschillende systemen en merken

Het grootste deel van de infoavond bestond uiteindelijk uit het tonen van de verschillende mogelijkheden als je luiers kiest. En dat zijn er genoeg! Doekjes en Broekjes verkoopt geen all-in-one systemen (ik weet niet meer waarom). Je zit er dus steeds met een luier en een overbroekje. Je moet dan kiezen tussen luiers met maten en meegroeiluiers, tussen drukknopjes en velcro, tussen kunststoffen en wollen overbroekjes. Ann gaf bij elk merk en elke mogelijkheid netjes de voor- en nadelen. Die staan er op hun website trouwens ook altijd bij.

Wij kozen uiteindelijk voor luiers met maten (Disana bio-luier en Totsbots bamboozle stretch) en kunststoffen overbroekjes van Popolini, beide met velcro. Van elke soort luiers kochten we er 10 in de kleinste maat en van de overbroekjes 4 in de eerste maat. Daarbij kochten we nog 2 opbergzakjes voor onderweg, 2 waszakken voor in huis en een rol inlegvloeitjes. We kochten ook van de 2e maat overbroekjes al 5 stuks, zodat we nog niet meteen terug moeten (je hebt eerder een maatje groter nodig bij de overbroekjes dan bij de luiers).

We stapten buiten met 2 goedgevulde zakken en een rekening van over de 400 euro. Dat ben je dus wel ineens kwijt. Maar Ann vertelde op de infoavond ook al dat veel gemeentes een premie uitreiken voor het gebruik van wasbare luiers (en had zelfs een lijst bij van hoeveel dat was in welke gemeente!). De stad Diest hoort bij de goede leerlingen in de klas, want wij kregen maar liefst 150 euro terugbetaald. Bovendien waren de luiers voor ons één van de weinige dingen die we nog zelf moesten aanschaffen.

Hoe gaat dat nu, met die luiers?

Wij zijn heel tevreden met onze keuze. We gebruikten voor Ot de eerste maand nog wegwerpluiers. Hij was niet de dikste. Daardoor stonden de Disana luiers nog helemaal open aan zijn beentjes. De Totsbots luiers kan je wel nog kleiner maken met de drukknoppen, maar dat gaf heel luier en weinig baby. Wij vonden dat er wat zielig uitzien. Dus hadden we op 1 maand tijd 5 bruine vuilzakken (in plaats van 1 of maximum 2).

Beetje wazige foto van Ot, 5 dagen oud met een Totsbots luier.

Toen Ot ongeveer een maand was, schakelden we over. Voor de nachten gebruiken we wel nog wegwerp. Dat is vooral voor mijn gemak. Ot plast veel. En met een hyperabsorberende wegwerpluier hoef ik niet elke nacht te verpamperen met mijn nachthoofd en in veel te weinig licht. We plannen dat aan te passen als hij groter is, zodat hij ook in de nachten (hopelijk) sneller droog is.

De voordelen

Ik vind er vooral veel voordelen aan.

  • Je hebt minder afval. Zowel bij het fabriceren van de luiers als bij het verwerken van de luiers achteraf. Wij werden echt ongelukkig van die 5 bruine vuilzakken in die eerste maand.
  • In totaal kost het minder. Al zeker als je de luiers kan hergebruiken voor een tweede kindje, wat wij van plan zijn als het even kan.
  • Wij smeren geen billencrème. Ot had in die eerste maand wel last van rode billetjes, tot schimmel toe. De tubes zalf liggen hier nu dus wel, maar ze worden niet meer gebruikt. Af en toe smeer ik hem in met wat Weleda billencrème na het wassen. Heel af en toe.
  • Met de Disana luiers geeft Ot heel snel aan dat hij ongemakkelijk is wanneer zijn luier nat is. De Totsbots luiers absorberen beter, dus daar heeft hij dat niet zo erg. Wij gebruiken daarom vooral de Totsbots als we buitenshuis gaan. Maar het geeft alvast het principe mee dat luierkindjes gemiddeld sneller droog zouden zijn, omdat ze beter voelen dat ze nat zitten en dat niet fijn vinden. Of dat zo is, dat zal nog moeten blijken.
  • Het stinkt allemaal veel minder hard. Ot zijn nachtluier stinkt beduidend harder en chemischer dan de luiers die hier een dag in de luierzak hangen.

De nadelen

Hier moet ik dingen noteren die andere mensen misschien een nadeel vinden, maar ik zelf dus eigenlijk niet.

  • Je hebt extra was. Hier zitten we in een goed roulement van om de twee dagen een machine vol luiers, tertradoeken en cheeky wipes.
  • Je moet aan kaka komen. Dat is dus niet waar, want ik schud de luierzak gewoon zo leeg in het wasmachine.
  • Er staat continu een droogrek in de living. Heb je een groter huis dan wij, dan hoeft dat misschien zelfs niet in je living. Maar ik stoor me er dus niet aan. In ons huis wordt nu eenmaal geleefd.
  • Als je op pad bent wordt je luiertas voller in plaats van leger. Ah ja, want extra pipi en kaka in plaats van minder wegwerpluiers.

Om maar te zeggen dat wij wreed content zijn met de luiers. Ot weegt nu 6 kg, dus binnenkort gaan we een maatje groter met de overbroekjes. En dan moeten we nog een keertje naar Leuven voor nieuwe luiers.

Doekjes en Broekjes bestaat 15 jaar en dat vieren ze dit weekend met 15% korting (ook in de webshop), hapjes en drankjes (niet in de webshop)!

Een geboorteverhaal. De moeder.

Een geboorteverhaal. De moeder.

Sommige vrouwen weten hun hele leven al dat ze voorbestemd zijn om moeder te worden. Zij voelen de nood om te zorgen in het diepst van hun beenderen. Ze weten in hun tienerjaren al hoe hun eerstgeborene zal heten, hoe de kinderkamer er zal uitzien. Ik was zo geen vrouw. Er was een lange periode dat ik er zeker van was dat ik zelf geen nieuw leven op de wereld zou zetten. Toch zeker niet wanneer er zoveel kinderen zonder ouders verder moesten en de wereld al zo overbevolkt was. Maar toen kwam Samme en veranderde dat idee stukje bij beetje.

Er zijn vrouwen die als moeder geboren worden, samen met hun baby. Die op slag verliefd zijn, wiens Grote Geluk niet op kan wanneer de kleine ter wereld komt. Die hun spruit vastnemen en meteen weten: “Ik ben jouw mama”. Ik was zo geen vrouw. De eerste uren na de bevalling zijn een beetje een waas. Waarschijnlijk was ik blij, maar meer waarschijnlijk was ik moe, compleet overdonderd en lichtjes van de wereld.

Van vriendinnen hoorde ik op voorhand (godzijdank!) dat je niet per se meteen verliefd bent op je baby. En dat dat ok is. Toch vond ik het moeilijk om mij niet schuldig te voelen toen ik de eerste dag niet wist of ik hem wel mooi vond. Toen ik niet wist wie hij was, wat hij hier in godsnaam kwam doen bij ons. Toen ik niet wist of ik hem wel zou herkennen, moest hij op zo’n babyzaaltje liggen zoals in de films.

Blijkt dat het moederschap in fasen komt. Kleine verwezenlijkingen, momenten waarop je beseft dat het toch al beter of makkelijker gaat dan vorige week of de baby ineens een grote stap vooruit zet.

Zo was er de maandag, een week nadat we uit het ziekenhuis kwamen, dat ik voor het eerst niet weende. Wat een enorme overwinning was. De babyblues heeft mij ferm te pakken gehad, maar die dag zag alles er ok uit, doenbaar, minder mistig.

Op de donderdag dat hij drie weken oud werd, dacht ik voor het eerst: “Awel ja, ik zou dat hier alleen gedaan krijgen. Ot en ik, wij kunnen dat.” Ik heb het geluk gehad (wij hebben met z’n drieën het geluk gehad) dat dat niet moest. Samme zat tijdelijk zonder werk en dat leverde ons een enorm mooie tijd op. En ook het besef dat 10 dagen vaderschapsverlof niets is.

Een week later werd ik dan weer ongelofelijk droevig bij de gedachte dat ik niet elk moment met hem zou kunnen opslaan in mijn geheugen. Dat hij dingen deed, elke dag, die ik me later niet meer zou herinneren. Ik maakte me zorgen dat ik te weinig aan het genieten was, dat ik te weinig genieten kon tussen de vermoeidheid en het “hoe zwaar is dat hier zeg” door.

Maar het echt genieten kwam toch, toen hij een week of 7 oud was. Ik merkte hoe ik blij werd van hem, van met hem bezig zijn, hem te leren kennen. Van hun tweeën samen te zien ook. Hart ontploft en van die dingen.

En zo kwamen we wandelend, wiegend, knuffelend en lachend aan waar we nu zijn. Ot is vandaag 13 weken. Gisteren vierden we zijn drie maanden met de obligatoire foto met kaartje. Volgende week vrijdag ga ik mijn eerste dag terug werken en dus komen we in een nieuwe fase. Die van loslaten en vertrouwen in anderen om voor hem te zorgen. Die van beseffen dat we niet meer de hele dag zullen samen zijn en daar stilletjes beetjes om wenen. Maar vooral van genieten en knuffelen, gewoon omdat het kan.

In een artikel op Motherly las ik dat het gemiddeld 4 maanden en 23 dagen duurt om eraan te wennen dat je (voor de eerste keer) mama bent geworden. Ik denk dat ik er ben. Ot is mijn zoon. Ik ben zijn mama.

Wandelen in de bossen van Hees

Wandelen in de bossen van Hees

Wij wonen op het platteland. Dat betekent dat als we een stukje willen wandelen, we gewoon uit onze deur kunnen vertrekken en bos tegenkomen. In ons geval: de bossen van Hees. De ideale plek om te lopen, te wandelen, een kamp te bouwen, …

De afgelopen weken hadden we een vaste route, over de weg tussen de bossen door. Gemakkelijk genoeg om ofwel kind in de kinderwagen, ofwel kind in de draagzak en ju te doen. 4 km stappen, klein uurtje weg en iedereen is terug helemaal fris. Onderweg zeggen we dag tegen de ezels en de paarden.

Maar eigenlijk willen we niet altijd in onze eigen achtertuin gaan wandelen. Binnen het kwartier rijden zijn er enorm veel mooie stukken natuur en bos te ontdekken. Dus heb ik intussen een lijstje in Evernote met plekken om te wandelen. Als we deze zomer willen gaan kamperen met baby, moeten we namelijk met z’n allen oefenen. En dat oefenen deel ik graag met jullie de komende tijd!

En een extra stukje oor.

En een extra stukje oor.

Ot was uitgeteld voor 10 december. Ik was er heilig van overtuigd dat hij pas de 20e zou komen. Een eerste kindje komt nu eenmaal vaak te laat. Mijn zwangerschap was verder zonder problemen verlopen en er bougeerde nog niet echt iets. Ik stopte twee weken voor datum met werken en dacht nog even te bekomen van het drukke en uiteindelijk ook zieke (oorontsteking doet belachelijk zeer, miljaar) najaar.

De osteopaat en ik waren het er over eens op maandag. Dat was nog niet voor deze week. De gynaecoloog en ik waren het er over eens op dinsdag. Dat was nog niet voor deze week. Woensdagavond brak mijn water. Bij vrienden thuis. Niet met een hele plas op de vloer enzo, maar toch. Minstens een beetje awkward. Ot zijn peter bracht me handdoeken en wij reden naar huis. Een beetje beduusd en al.

Ik had gekozen voor een vroedvrouwenpraktijk die wel de arbeid aan huis begeleiden, maar geen thuisbevallingen doen. Monique stond om 22u aan onze deur om mij te onderzoeken. Maar zoals we al dachten, er bougeerde niets. Ook om 1u bougeerde er niets en dus probeerden we wat verder te slapen. Het zal u niet verbazen dat dat niet zo heel evident was, dat slapen. Want buiten het feit dat ik om het uur dacht “Voel ik nu iets?”, moest ik in mijn hoofd ook alles nog efkes regelen. We hadden ’s avonds inderhaast Ot zijn valies verder gepakt, mijn valies gepakt, nog wat opgeruimd en het vlees dat nog in de frigo klaarlag om 7 liter spaghettisaus en 3 liter stoofvlees te worden, in de diepvries gestoken. Want mijn lijstje “Dingen om klaar te hebben voor de baby komt” was niet klaar geraakt.

Fast forward naar donderdagochtend 8u, ingeschreven (want verwacht) in het moederhuis hier in Diest. We kregen de eerste arbeidskamer rechts. Het bleek al snel een drukke dag in het verloskwartier. Naast ons moest er nog iemand ingeleid. Aan de overkant kwam een tweeling ter wereld. Later op de dag rolde er nog iemand binnen en snel weer buiten. Ot was uiteindelijk de 5e en laatste van de dag.

Ik had op voorhand best veel gelezen, misschien wel te veel gelezen. Over #genoeggezwegen en hoe vrouwen in hun bevalling een ongelofelijk trauma opliepen. Ik had schrik (enorm veel schrik) om hetzelfde mee te maken. Om zeggenschap ontnomen te worden, om gepusht te worden in een richting die ik niet in wilde gaan, … Ik wist dat ingeleid worden meer kans gaf op meer pijn, meer kans gaf op een epidurale verdoving, meer kans gaf op een knip, meer kans gaf op complicaties.

Maar de verhalen die ik gelezen had, waren niet mijn verhaal. Ieders verhaal is anders. En onze dag werd ongelofelijk mooi, warm en om nooit meer te vergeten.

Ik kreeg dus een infuus, banden om mijn buik voor de monitor en de boodschap dat ze dat om de zoveel tijd wat hoger gingen komen zetten. Zo ging alles wel op gang komen. Wij wachtten rustig af en bestelden intussen nog enveloppen online, vroegen nog eens na wanneer de zakjes en stickers zouden aankomen en kozen ook nog snel hoe we de grote weckpotten zouden toe houden. (Ik zei al, mijn lijstje was niet klaar geraakt. Ja, ik weet het, ge moet dat doen voor 38 weken. Nee, dat is niet gelukt.)

We sms’ten en chatten met familie en vrienden die toch net die donderdag uitkozen om nog eens te polsen hoe het met ons ging. “Goed! Beetje rusten, de laatste dingen in orde maken.” (Dat was dus niet helemaal gelogen he.) Ik las de tekst die Leen die ochtend op facebook plaatste en we wisten weer hoe dankbaar we mochten zijn voor wat er allemaal ging gebeuren.

Rond twaalf uur zei de vroedvrouw “Ja, we zitten aan 5 cm. Maar dat water van u is toch niet helemaal gebroken. Ik zet het infuus uit. En dan breken we uw vliezen verder en dan gaat dat hier nogal eens in gang schieten hoor. Zijt ge zeker dat ge geen epidurale wilt?” Ik had al eens vriendelijk bedankt en deed dat nu weer. Ik ging nog gans goed op die bal.

Dat dat nogal eens in gang ging schieten bleek een fabeltje en daar was ik niet zo goedgezind over. Ik werkte keihard, maar dat ging niet vooruit zoals de vroedvrouw had beloofd. Toch maar dat infuus terug aan. En was ik zeker dat ik geen epidurale wilde?

Maar ik werkte verder. Vanop mijn bal. In mijn linkerhand het uiteinde van het bed, in de rechter het statief van de infuus. Ergens in de namiddag probeerden we nog Regenwormen te spelen. De stagiaire keek een beetje raar.

Ik kreeg warmtepakken op mijn onderrug en Samme zat er bij en keek er naar (hij at af en toe ook iets met vleessaus en een mandarijntje). Op voorhand hadden we wild gespeculeerd over hoe ik me zou gedragen in het heetst van de strijd. Zou ik roepen, hem verwensen, wenen? Blijkbaar niet. Ik bleef in mijn coconnetje. En iedereen moest vooral van mijn lijf blijven.

Om 19u kwam het verdict “Toch maar een epidurale”, want mijn lijf kreeg dat niet meer verzet en we zaten nog altijd maar aan 8. Bovendien waren die weeën nooit echt geweest wat ze hadden moeten zijn. Dus zette ik mijn schrik voor de prik opzij (die verdoving doet wel degelijk veel meer pijn dan mijn tandarts mij ooit pijn gedaan heeft) en voelde mijn buik even later aan als een ballonnetje. Het infuus werd nog wat harder open gezet en een uurtje later was Ot er klaar voor.

Op 30 minuten gaat dat hier klaar zijn, zei de vroedvrouw. Het werden er 40, al leek het nog geen kwartier verder toen ik vanuit de verte werd aangemaand mijn ogen open te doen en hem aan te nemen. Wist ik veel dat we al zo ver waren! Hij schreeuwde en kreeg een flinke 10.

21:06. 48 cm. 3.080 kg. 10 vingers, 10 tenen en een extra stukje oor. Ot.

Lijf en leden.

Lijf en leden.

Ik doe mijn joggingbroek aan, wat uitgezakt sinds de wasbeurt van vorig weekend. Dikke wandelsokken aan mijn voeten, iets om gezelligheid te ensceneren (hygge ofzo). Een eenvoudige top, gemakkelijk voor de borstvoeding en een trui, want zomer is dat hier nog niet. Het is mijn uniform van de afgelopen 11 weken en het doet mijn lijf absoluut geen eer aan. Het doet mij geen eer aan, besef ik.

Mijn lijf en ik, wij zijn heel lang niet zo’n goede vrienden geweest. Te dik, niet mooi, te veel te donkere haren, te lomp. Wanneer dat idee er gekomen is, weet ik niet. In mijn hoofd is het altijd zo geweest dat ik moest oppassen wat ik at, want daar en daar werd je dik van. Ik was altijd al de dikste van de hoop (excuus, mollig was het gebruikte woord). Toch zie ik geen dik kind wanneer ik terugblader in fotoalbums uit mijn kindertijd.

Ergens ging het dus mis tussen dat lijf van mij en mezelf. Ergens gingen we elk onze eigen weg, hoorden we niet meer samen. Waren we elk iets apart. Of waren we misschien wel niet.

De afgelopen jaren werkte ik hard om mezelf terug wat liever te zien en dus ook dat lijf van mij. Ik leerde dat we samen horen, samen deel uitmaken van één fijn, mooi en waardevol geheel. Dat ik wat zachter en milder mocht zijn. Ook voor mezelf. En dat er niets mis is met zorgen voor je eigen lichaam en geest.

Al dat geleerde nam ik mee in een zwangerschap en bevalling waarin mijn lijf me versteld deed staan. Nooit was ik zo trots op mijn sterke lijf, de kracht ervan, wat wij samen hadden gepresteerd die 30e november. Nooit eerder had ik mezelf zo aanvaard zonder verwijten of verwensingen als tijdens dat magische derde trimester.

11 weken later schiet er van zacht zijn en zorgen voor mezelf niet zo heel veel meer over. Is de eer even ver zoek.

Maar misschien al goed dat ik dat bij deze besefte.

Want je moet ergens beginnen. En zacht zijn voor jezelf. Nietwaar?

2016. Muziek.

2016. Muziek.

Iets meer dan zeven jaar geleden ging ik auditie doen bij een koor. Naast je muzikale talenten laten zien, moest je ook een sollicitatiegesprekje ondergaan. Waarom wil je dit doen? Waarom dit koor? Ben je wel gemotiveerd genoeg? Dat soort zaken. Ik herinner me niet uitgeslapen genoeg te zijn voor zo’n gesprekje (hallo zeg, een hele dag auditie voor een koor), maar één van mijn antwoorden bleef me bij: met andere mensen muziek maken is helend.

Laat 2017 het jaar zijn waarin ik dat terug introduceer.

Maar eerst nog de Highlights from 2016.

In 2016 mocht ik zingen op twee trouwmomenten.

Mogen zingen op trouwmomenten is altijd ongelofelijk plezant. Een hele eer ook. En als je de trouwers heel goed kent, dan is dat kiekevel van boven tot onder en proberen niet te janken.

Hanne en Lim vroegen een lied van nonkel Bruce. Ik koos er zelf nog deze Tom Waits bovenop. Hoera voor de herontdekking van Closing Time dit najaar.

In 2016 waren er concerten om nooit te vergeten.

Concerten die nazinderden. Wanneer het applaus was verstomd en de zaallichten al lang weer aan. Dagen, soms weken lang. Herbeleefd in mijn lijf.

Zoals We shall overcome van Wim Opbrouck en vrienden. Ik wilde gaan omwille van de titel en het nummer dat ik ken van de Seeger Sessions van Springsteen. Het overtrof al mijn verwachtingen. Blijkt dat ik fan ben van wat Opbrouck maakt.

Het andere was Hans Zimmer in Paleis 12. Op het eerste gezicht heel vreemd die grote zaal, maar het was super. Ook al omdat een vriend van ons meezong. Jaloers van begin tot einde, ik.

Zimmer is de componist van mijn allerfavorietste filmmuziek ooit: Gladiator. Het is de muziek waar ik ooit uren aan een stuk op studeerde (of toch heel hard mijn best deed) en die ook nu nog mijn focusmode op on zet. Dat live horen was wenen.

Het laatste nummer kwam uit de film Inception. En ik nodig u graag uit om te volgen tot die geschifte laatste noot.