Selecteer een pagina
Lieve bomma

Lieve bomma

Vandaag was een goede dag. Vandaag scheen de zon. Er hing een vleugje zomer in de lucht en ik voelde me lichter dan gisteren. De dag nadat jij stierf.

Ik denk soms dat het goed is. Dat het niet lang heeft moeten duren. Dat je stilletjes bent uitgedoofd. Thuis in je eigen bed. En de mensen die voor jou zorgden nu wat rust krijgen.

Ik denk ook dat ik al eventjes afscheid was gaan nemen. Terwijl ik in onze tuin stond te keuteren en bedacht hoe jij vroeger voorovergebogen stond in de hof, tussen wortelen en prei. Toen ik op youtube haaksteken bekeek en ons allemaal prompt zag staan in met mickey mouse of plons gebreide truien. Elke keer ik brood of speculaas bak.

Want dat is wat ik me zal herinneren. Hoe je voor ons zorgde. Wat je allemaal maakte. Hoe je kon schudden van het lachen. En dat je voor alles zo dankbaar was.

Bompa’s zijn als superman.

Dat was de laatste post die ik deed op een vorige blog, ergens drie jaar geleden.

Want hoewel 6 december een heuglijke dag is voor alle kindjes, kleinkindjes en achterkleinkindjes zag onze 6 december er drie jaar geleden wat anders uit. Na een week ziekenhuis overleed mijn bompa op vrijdag 30 november 2007. Zaterdag 1 december mocht niet, want dan verjaart een van mijn nichten en daar heeft ie zich aan gehouden.

Het was het eerste Grote Verdriet dat ik meemaakte: een verlammend soort iets dat alles tot niets maakte. Die twee weken van ‘in het ziekenhuis’ tot die bewuste 6 december zijn van de meest intense die ik ooit heb meegemaakt. Delen ervan vergeet ik nooit.

Hoe ik op dinsdag niet ging repeteren omdat het toen al wachten was op dat ene telefoontje. Hoe mijn nicht en ik (toen op kot in hetzelfde huis) een hele avond in de zetel zaten en Kulderzipken keken. Hoe we ons vervolgens op woensdag met de nichten en neven vanuit Brussel en Leuven op een vrij bizarre manier organiseerden en naar het Virga Jesseziekenhuis in Hasselt reden. Hoeveel schrik ik had dat het toen al gedaan ging zijn, terwijl we er allemaal (met z’n 40’en) bij stonden. Hoe de verpleegsters die tweepersoonskamer een hele week voor ons hielden, met koffie en boterhammen toe. Dat het laatste wat ik tegen hem zei: “Tot de volgende!” was.

Op vrijdagavond kwam dat ene telefoontje dan toch, terwijl ik samen met mijn broers en mama in Lummen aan tafel zat. Wat volgde was een wazige week waarin ik nog een UHOconcert speelde, waarin we met z’n allen zeker veel te veel dronken (wijn voor iedereen, duvel op cafĂ©, cognac voor de nonkels), waarin ik amper notities maakte in de les want schrijven ging niet, waarin we besloten de mis (als er dan toch een mis moest zijn) van ons en voor hem te maken en waarin ik meneer pastoor nog minder sympathiek ging vinden dan ik eerst al deed.

Daarna kwam wat in mijn ogen de mooiste avondwake en begrafenismis ooit waren. Bovenaan de doodsbrief stond: “90, ’t is goed geweest.” Ilse (de oudste der kleinkinderen) en Hans schreven zelf teksten, Tine speelde zelf muziek, Yoeri en Mieke brachten een gedicht, Katrien en ik een tekst van Toon Tellegen. Een gebarentolk maakte alles duidelijk voor Mark en Martine en zorgde voor iets magisch. En dan kwam het meest dramatische moment ooit (het paste waarachtig zo in een film, achteraf bekeken dan toch): iedereen achter de kist en dan buiten (nog half in het portaal) wachten en kijken hoe de lijkwagen de bocht omrijdt.

De koffietafel zat barstensvol en zoals dat hoort ook met mensen die je niet kent. Lise (toen 3 maanden oud) werd erbij gehaald en ging van arm op arm. De overgangskracht van zo’n koffietafel is onbeschrijfelijk. Wij (neven en nichten) werden alvast naar het huis van bomma gestuurd, zetten de wijn en cognac terug klaar en begonnen met het lezen van de rouwkaartjes.

Een uur later bleek dat de sint ook dit jaar was geweest en was het feest, want daar zijn we goed in.