Selecteer een pagina
2016. Muziek.

2016. Muziek.

Iets meer dan zeven jaar geleden ging ik auditie doen bij een koor. Naast je muzikale talenten laten zien, moest je ook een sollicitatiegesprekje ondergaan. Waarom wil je dit doen? Waarom dit koor? Ben je wel gemotiveerd genoeg? Dat soort zaken. Ik herinner me niet uitgeslapen genoeg te zijn voor zo’n gesprekje (hallo zeg, een hele dag auditie voor een koor), maar één van mijn antwoorden bleef me bij: met andere mensen muziek maken is helend.

Laat 2017 het jaar zijn waarin ik dat terug introduceer.

Maar eerst nog de Highlights from 2016.

In 2016 mocht ik zingen op twee trouwmomenten.

Mogen zingen op trouwmomenten is altijd ongelofelijk plezant. Een hele eer ook. En als je de trouwers heel goed kent, dan is dat kiekevel van boven tot onder en proberen niet te janken.

Hanne en Lim vroegen een lied van nonkel Bruce. Ik koos er zelf nog deze Tom Waits bovenop. Hoera voor de herontdekking van Closing Time dit najaar.

In 2016 waren er concerten om nooit te vergeten.

Concerten die nazinderden. Wanneer het applaus was verstomd en de zaallichten al lang weer aan. Dagen, soms weken lang. Herbeleefd in mijn lijf.

Zoals We shall overcome van Wim Opbrouck en vrienden. Ik wilde gaan omwille van de titel en het nummer dat ik ken van de Seeger Sessions van Springsteen. Het overtrof al mijn verwachtingen. Blijkt dat ik fan ben van wat Opbrouck maakt.

Het andere was Hans Zimmer in Paleis 12. Op het eerste gezicht heel vreemd die grote zaal, maar het was super. Ook al omdat een vriend van ons meezong. Jaloers van begin tot einde, ik.

Zimmer is de componist van mijn allerfavorietste filmmuziek ooit: Gladiator. Het is de muziek waar ik ooit uren aan een stuk op studeerde (of toch heel hard mijn best deed) en die ook nu nog mijn focusmode op on zet. Dat live horen was wenen.

Het laatste nummer kwam uit de film Inception. En ik nodig u graag uit om te volgen tot die geschifte laatste noot.

2016. Eerste keren.

2016. Eerste keren.

Er zijn pinterest motivational quotes die roepen dat je elke dag iets nieuw moet proberen. Ik vind dat er minstens lichtjes over. Er zijn dagen dat ik net gedaan krijg wat ik elke dag doe. En dat is dik ok.

Maar nieuwe dingen doen. Dingen die je nooit mocht of durfde of ook maar kon bedenken. Dat geeft een enorm goed gevoel. Kleine overwinningen. Op jezelf of op anderen. Mijn hele lijf lacht als ik er aan terug denk.

In 2016 zwom ik voor de eerste keer in de (Middellandse) Zee.

Niet alleen voetjes. Echt helemaal gezwommen en al. In bikini.

Als kind gingen wij niet naar de zee. Wij gingen naar de bergen. Of de Ardennen (berg-ish). Toen ik in het vijfde studiejaar zat, gingen we op reis naar Amerika. Daar zwommen we samen in de Mexicaanse Golf. Tot de haaien en de storm kwamen. Dat was eigenlijk de eerste echte keer in de zee. Maar daar gaat het niet om.

Het was de eerste keer zwemmen in de zee. Op een strand. Waar ge in uwe bikini helemaal over moet. Tussen duizend mensen door, die doorwinterde zonnekloppers zijn. En zeker vanalles te zeggen en te vinden hebben.

In het verleden had ik dat altijd netjes gemeden. Ik ging als 15-jarige niet mee zwemmen in Kapermolen, Terlaemen of in’t Koet. Ik ging niet zwemmen in Ventimiglia, Venice Beach of Barcelona.

Maar deze zomer dus wel. In het bijzijn van mijn schoonzus en schoonmoeder dan nog wel. En het was zalig.

Echt. Zalig.

In 2016 gingen we voor de eerste keer alleen op pad met mijn petekind.

Ik heb een nichtje en twee neefjes. De jongste mag ik mijn petekind noemen. Door een overvloed aan grootouders hebben wij daar nooit veel op moeten passen. En waren uitjes met de kindjes ook vaak uitjes met mijn mama. Ik heb daar ook lang schrik van gehad. Alsof ik dat niet ging kunnen. Op kinderen passen.

Maar dat is intussen anders. En dus gingen we met z’n drietjes naar de binnenspeeltuin.

Dolle pret! En binnenkort opnieuw.

In 2016 ging ik voor de eerste keer betogen. 

Ook dat is niet echt echt waar. Want wij gingen met de chiro al eens protesteren tegen het uitgraven van een speelbos. En in Leuven mee als anti-betoging tegen het NSV. En in het zesde studiejaar hielden we ooit een zitstaking. Maar in mijn volwassen leven vond ik dit toch een eerste keer.

Op 29 september liep ik mee op in Brussel achter een spandoek “Sociaal werk is niet te koop”. Niet voor geld of voor verlof. Daarvoor zou ik dat niet kunnen. Wel om collega’s in Antwerpen te steunen en te laten zien dat ik het niet eens ben met een overheid die maatschappelijk werk uitbesteed aan winstondernemingen.

Ik geloof heel erg dat het een van de taken van de overheid is om te voorzien in het welzijn van de samenleving. Daarvoor wil ik graag bijdragen aan de staatskas en de sociale zekerheid. Zodat mensen die dat nodig hebben gratis terecht kunnen op plekken als het CAW (en nog vele andere). Daarvoor wil ik ook als persoon bijdragen. Op welke manier dan ook.

Ik geloof heel erg in tweede en derde en vierde kansen. En dat ge met lief en warm zijn voor een ander (ook degene die je niet kent) alleen maar iets goeds kunt bereiken. Mens tot mens, weet ge wel.

Ik geloof ook heel erg dat je met kleine dingen soms veel kan bereiken. Als het over menselijkheid gaat. Dat je niet moet wachten tot die overheid dat allemaal doet. Maar dat je zelf het goede voorbeeld kan geven. En dat ga ik zeker en vast proberen in 2017. (Help. Een goed voornemen!)

In 2016 ging ik voor de eerste keer in bad in ons eigen huis.

Dat klinkt ongelofelijk banaal, maar ik vond dat super de max. Niks zo goed als een week afsluiten met een zalig bad op zondagavond.

Wij verhuisden tweeënhalf jaar geleden naar ons eigen huis. De eerste maand moesten we nog douchen op verplaatsing, maar dat kwam uiteindelijk snel goed. De rest van de badkamer liet een goede twee jaar op zich wachten (tijd en centen en goesting). Maar nu is ie er dus wel.

2 lavabo’s in fancy kasten. En een aangesloten bad.

I love it!

 

Ik schreef ook een stukje over muziek in 2016.

2016. Jaaroverzichtje.

2016. Jaaroverzichtje.

Wat is een jaareinde zonder terugblik. Zonder met een tas koffie in de hand vooruit staren en mijmeren. Bladeren door de hoofdstukken van het jaar in uw geheugen en in Google foto’s. Ahja.

2016 was veel. Opdrachten, cursussen, uitjes, reisjes, vrijwilligerswerk, … Maar ook verdriet over dingen die ik maar niet kon begrijpen, voor mensen die ik nooit had ontmoet. Een 8 november die nog nazindert in mijn hoofd en in mijn lijf.

Ondanks dat alles wil ik graag op twee zaken terugblikken in 2016. Zaken die mij blij maakten, drive gaven, bruis ook een beetje en die navolging zullen krijgen in 2017.

2016 in eerste keren.

2016 in muziek.

(Vorig jaar las ik ergens dat het hip was geen goede voornemens te maken, maar een jaarthema te kiezen. Het mijne werd vuur en de foto is dan ook een van de vele vuurtjes dit jaar. Deze was op reis met vrienden in Frankrijk)

Warm december

Warm december

Vrijdagmorgen. Ik kom lichtjes buiten adem aan op het werk. Ik doe mijn jas uit en zet mijn pc op. Tijdens het wachten haal ik een kop koffie. De eerste van de 3 nodige die ochtend. Mijn browser flitst open. En dit is het eerste wat ik lees:

Zwartgeblakerd scheef

Deze nacht heeft één van onze gasten van de winteropvang zijn spullen, en daarmee eigenlijk gans de garagebox, in brand gestoken. Mijn collega stuurde me foto’s door. Compleet de garagebox is scheefgetrokken door de hitte en zwartgeblakerd. De matras is halfopgebrand, hier en daar wat afvalrestjes en een stoel, eigenlijk meer houtskool dan stoel. Hij was onder invloed van alcohol. De avond ervoor werd het hem allemaal teveel in de winteropvang en is hij huilend weg gegaan. Mijn collega’s hebben hem nog proberen overtuigen van te blijven, maar het mocht niet baten. Nu ligt hij met tweede- en derdegraads brandwonden in het ziekenhuis. Ja, dat nieuws doet wel iets met mij. Het is één van de gasten die al jaren terugkomt naar de winteropvang, al van de tijd dat ik er nog werkte als vrijwilliger. Hij is zo iemand dat nergens terecht kan. We proberen al jaren een opname, een internering voor hem te regelen, maar telkens komt hij na een korte periode weer op straat terecht omdat “zijn profiel” niet past binnen de desbetreffende werking. Geen enkele werking wilt hem. Schrijnend. Het baart me zorgen, want ik begin een patroon te zien. Sommige van die terugkerende gasten, die we jaar in jaar uit telkens weer mogen ontvangen, keren na een tijd niet meer terug. Één ervan zijn we een paar weken terug nog gaan bezoeken op het kerkhof. Het was exact een jaar geleden dat hij overleden is aan kanker. Een andere ligt nu al maanden in het ziekenhuis en daar gaat het allesbehalve goed mee. Het straatleven is ongelooflijk hard en ik wens het niemand toe. Het takelt lichaam en geest af tegen een ongelooflijk snel tempo.

Maar kom, de kerstlichtjes aan het stadhuis zijn weer mooi dit jaar en het dorpje dat ze op de Grote Markt aan het bouwen zijn, lijkt ook weer een idyllisch plaatje te worden, net zoals de kerstmarkt die er weer aankomt op het Ladeuzeplein. Fijn dat er daar toch nog geld voor is, ondanks het begrotingstekort. Laten we ons vooral bezig houden met de schijn te blijven ophouden van een Leuven zonder daklozenproblematiek. Een Vlaanderen zonder armoede. Laat ons vooral geld steken in plastieken rendieren, balkonhangende kerstmannen en gluhwein-standjes, want zo zijn al veel problemen opgelost geraakt. Laat ons vooral die met-sneeuwpoeder-bedekte sluier voor de ogen houden en veinzen dat deze kerstdagen tijden zijn van vrede, gastvrijheid en barmhartigheid waar iedereen aan meedoet. Laat ons vooral de kerstlichtjes op het stadhuis fel genoeg laten schijnen zodat ze de schaduw van het stadhuis tot over de garagebox werpt.

Er zit iets grondig scheef in onze samenleving. Zwartgeblakerd scheef.

Het was half twaalf ’s avonds toen mijn collega dit schreef. En het is duidelijk een relaas vol emotie. Maar ik kon hier zo moeilijk niets mee doen.

Een tijdje terug was een andere collega stilletjes in de weer. Een cliënt in woonbegeleiding stierf onverwacht. Hij had niemand. Het was nu aan haar om zijn plekje op te ruimen, de begrafenis te regelen. Liedjeskeuzes te maken.

Het blijft me ongelofelijk hard raken, hoe midden in die vrolijke studentenstad heel wat mensen moederziel alleen staan. Ik vergeet dat precies telkens weer een beetje. En dan word je bij koffie 1 op vrijdag keihard wakker geschud.

Ik hoop dat de komende maand voor iedereen er eentje wordt met warme momenten met vrienden en familie. En dat er dan misschien ook heel even een moment is voor die mensen die dat niet hebben.

Dat ik u een ploeg supporters toewens

Dat ik u een ploeg supporters toewens

Ik denk vaak dat ik het allemaal alleen moet doen. U vraagt dan: “Wat is ‘het’?” Mijn antwoord: “Alles.” Dat ‘alles’ is vaak verpletterend genoeg om uiteindelijk helemaal niet meer in actie te schieten. Waardoor de hoop ‘te doen’ alleen maar groter wordt. En het gevoel niet goed bezig te zijn compleet de overhand neemt.

Dat is niet echt plezant. En niet evident om uit te komen. Maar het kan wel.

Afgelopen week werd ik eraan herinnerd dat het niet alleen moet. Dat er geen schande of falen ligt in het krijgen van een duwtje in de rug. En dat als je vertelt wat moeilijk is, er een bende vrienden opstaat om te supporteren. Soms letterlijk. Dat er mensen zijn die enthousiast worden over de dingen die je zelf miniem of banaal vindt. Die je overtuigen van het feit dat je goed bezigt bent en aanmoedigen om verder te zetten.

Zo’n supportersclub is de max. En ik wens het u allemaal helemaal en van harte toe. Maar het doet me ook denken. Voor wie zal ik zelf de komende week nog eens voluit supporteren? Voor wie jij?

Al uw ideeën zijn welkom

Al uw ideeën zijn welkom

Ik herinner mij nog goed hoe 9/11 ging. Ik kwam thuis van school, liep de living in en zag in herhaling hoe een vliegtuig zich in een toren boorde. Het duurde even voor ik wist wat er gebeurd was, een verhaal in flarden van televisiestemmen en mijn jongste broer. Niet veel later vertrok ik naar de pianoles (dinsdag, 17u) waar van spelen niet veel in huis kwam. Er werd gepraat en geweend en gepraat en gezwegen. Ik zat in het vijfde middelbaar. Mensen zeiden dat je het nooit zou vergeten, zoals je nooit vergat waar je was toen je hoorde dat Kennedy dood was, of Lennon, of Cobain.

De maanden en jaren nadien had ik vaak echt schrik, tot het paniekerige toe, dat zoiets in Brussel zou gebeuren. De hoofdstad van Europa. De stad waar mijn oudste broer toen woonde.

Afgelopen dinsdag was ik al lang blij dat dat laatste niet meer het geval is. En van paniek was geen sprake.

Wel was er stilte. En verstomming.

De afgelopen week hielp het me om deel te mogen uitmaken van het werk waar ik werk en daar collega’s zich te zien klaar houden voor wat mogelijks komen zou. Een heel klein radertje in iets dat mensen helpt. En het is geen overrompeling, maar ze zijn er wel. De familie en vrienden van slachtoffers, de getuigen van wat er zich dinsdag allemaal afspeelde. Ik hoop dat zij en al wie daar de komende maanden en jaren nood aan heeft zijn of haar weg vindt naar goede hulp en begeleiding.

Maar daarnaast geloof ik heel erg dat we inderdaad nood hebben aan een Plan B. De warmte en solidariteit van de eerste dagen lijken alweer verdwenen in de Wetstraat. In de zoektocht naar koppen die moeten rollen zijn ze er precies al vergeten dat een ronde vingertje wijzen en beschuldigen net niét is wat we nodig hebben. Wat we wel nodig hebben, dat weet ik ook zo heel concreet nog niet. Al uw ideeën zijn welkom. Ik denk ook alvast nog efkes na. Maar ik denk dat het iets met openheid te maken heeft.