Selecteer een pagina
2 weken, alles anders

2 weken, alles anders

2 weken, alles anders

Hoe hard kan de wereld veranderen op twee weken tijd.

Maandag 9 maart was de laatste dag van mijn zwangerschaps/ouderschapsverlof. Ik maakte me klaar voor 2 helse maanden van werken gaan, overdag kolven en ’s avonds voor uitgetelde kindjes zorgen voordat ik zelf uitgeteld terug in bed kroop voor een onderbroken nacht. (Met het idee, als die kleinste 6 maanden is, dan is er al heel wat anders.)

Ik had niet echt mega veel zin in terug gaan werken.

Gus leek nog zo klein, hij moest duidelijk nog wennen op de crèche. Bovendien is er niks leuks aan 3 kolfsessies op een dag, gerusht tussen het werk door, waardoor je ook je middagpauze alleen in een bureautje zit. Ik maakte me toch al weer zorgen over het feit dat hij zo veel at overdag en ik zoveel niet kon kolven. En dat poedermelk er al zo snel zat aan te komen. 

Ot kon sinds een week heel duidelijk zeggen ‘hier blijven spelen’. En wij dan tegen hem ‘maar mama en papa moeten gaan centjes verdienen en dus kan je niet hier blijven spelen, maar we gaan wel spelen op de crèche’. Ik hoorde ons tegen hem zeggen dat we dat zelf ook maar een stom systeem vonden en dacht: Waarom doen we dit eigenlijk? Een hele dag weg zijn van onze kinderen? Om dan ’s avonds gezellig, uitgeput van de dag al dan niet de strijd met elkaar aan te gaan over eten, slapen, wassen, tablet, boekjes, …

En ik ging terug naar een werkplek waarvan ik niet goed wist wat te verwachten.

Eind november kondigde onze minister besparingen aan in de sector. Een sector die – sinds ik er werk (bijna 8 jaar), maar zeker al langer – niet anders doet dan fusioneren, reorganiseren, samenwerken, rationaliseren, stroomlijnen, besparen. Deze keer had de minister heel duidelijk gesteld dat er op hulpverlening niet bespaard zou (mocht) worden, maar dat er aan die overhead toch iets moest gebeuren. Een overhead waar ik toe behoor. 

Een uitspraak van de minister die gewoonweg bullshit was. De grootteorde van de besparingen én de aanpassingen in de manier van subsidiëren konden niet anders dan wegen op de hulpverlening. Contracten werden niet verlengd, in andere werd gesnoeid. En er werd intern (ietwat scheef?) gekeken naar ons, de overhead. Want wij zaten daar toch nog. 

Het maakte dat ik de afgelopen maanden meermaals dacht: Ik ga niet meer, ik geef mijn ontslag. Weer wat overhead minder, ze zullen mij niet missen. Ons CAW blijft verder draaien, hulpverleners blijven hulp verlenen, ook als ik er niet meer ben.

Het maakte ook dat ik ietwat aarzelend terug begon, vorige week dinsdag. Wat zou er op mijn tafel klaar liggen? Waar ging ik mijn tanden in zetten? Wat zou opleveren voor onze organisatie?

En toen kwam Corona. 

 

Man!

 

Er kwamen maatregelen en richtlijnen en alle bijhorende communicatie (elke dag weer anders), afgestemd met andere CAW’s en met de overheid.

Onze organisatie leerde telewerken, met alle mogelijke technische, deontologische en inhoudelijke moeilijkheden en vragen die daar bij horen. 

Onze tijdsregistratie werd aangepast, afspraken rond sociaal verlof bijgesteld. 

Vrijwilligers werden mee op de hoogte gebracht, betrokken en verzorgd.

Er werd intern georganiseerd om telefonische en online hulpverlening zoveel mogelijk waar te maken, om roosters af te stemmen, backups te voorzien. 

Er kwam een oproeplijst, zodat de komende weken op alle nodige plekken hulpverlening gegarandeerd kan worden. (Want vergis u niet, er zijn een heleboel mensen die geen eigen ‘kot’ hebben om in te blijven.) 

Binnen al die zorg- en hulpverleningsnetwerken werd afgestemd, geluisterd, bekeken wat er nog kan en wat niet (ook daar, elke dag weer anders).

Er werd opgeroepen naar mondmaskers, wasgel, gezocht naar zoveel mogelijk alternatieven.

Voor de Leuvense gevangenen werd gewerkt aan een gratis nummer waarop zij hun hulpverleners kunnen bereiken, zodat ze hun andere belgeld kunnen blijven gebruiken om in contact te blijven met de mensen die ze graag zien.

Er werd verhuisd en gekuist. 

 

En dat allemaal door die overhead he. Zodat onze hulpverleners zoveel mogelijk dat kunnen doen. Hulp verlenen. 

Ik heb deze week geen seconde getwijfeld aan mijn job. Dat wij mee zorgen voor die hulpverlening en vooral mee zorgen voor onze collega’s. 

 

Bij deze alvast een oproep aan Wouter en Maggie. Om ook na deze crisis te zorgen voor mijn collega’s, zij die nu mee in de frontlinie staan. Die na dit alles heel wat hebben meegemaakt en een weerslag zullen krijgen. Maar ook dan weer met een te hoge werkdruk en te weinig middelen gaan zorgen voor al die andere mensen die ook een weerbots gaan krijgen. Die dan nog steeds geen kot hebben. Die hervallen zijn in angsten, isolatie, eenzaamheid. Die slachtoffer of getuige zijn geweest van geweld thuis. Die een dierbare verloren hebben, moederziel alleen in het ziekenhuis.  

 

Meer kinderen, meer liefde

Meer kinderen, meer liefde

Meer kinderen, meer liefde

“Ot gaat dat wel weer moeilijk vinden, als de ochtenden anders lopen wanneer ik weer ga werken.” 

Een zin die ik vorige week tegen Samme opperde. Want hij heeft het inderdaad niet altijd even makkelijk met verandering, die oudste van ons. 

Maar dan is het vrijdag en loop ik zo ongedurig rond dat ik er bijna zot van word. Vollebak willen iets doen waar ik deugd van ga hebben, maar niet weten waar ik zin in heb. Gaan we wandelen? Zal ik koken? Begin ik aan de monsteropruim van kinder- en zwangerschapskleren? Lees ik een boek?

Insert een halve dag van pingpongen in mijn hoofd, zachtjes door het huis stuiteren en ditjes en datjes proberen doen. Tot ik in de zetel zit met een sudoku en het besef komt.

Ik vind het moeilijk dat alles weer anders gaat lopen als ik weer ga werken. 

Want hij heeft het natuurlijk niet van vreemden, die oudste van ons.

En met het besef komen tranen. Van ontlading na 3 maanden volcontinu zorgen, van spijt dat die intense periode al weer gedaan is, van contentement want hoeveel geluk heb ik wel niet met dat gezin van ons…

Hoe zeer ik dit ook wil, terug gaan werken, niet meer volcontinu zorgen voor, ben ik de afgelopen maanden ook enorm gegroeid in die moederrol. Waar ik het moederen bij Ot vaak niet wilde, vaak heel erg moeilijk vond, is er met de geboorte van Gus een extra schuif moederschap opengegaan. Een extra schuif die mij niet minder Bieke maakt, maar wel dubbel zo veel mama, en daardoor ook meer mama (een betere mama?) voor Ot.

Meer kinderen, meer liefde. Ik geloof dat het wel zoiets moet zijn.

 

20 in 2020

20 in 2020

20 in 2020

Ik ging geen voornemens maken. Want 2020 is het eerste jaar waarin wij 2 kinderen hebben.

Dat alleen is al genoeg om te beslissen dat je niet meer moet verwachten in zo’n jaar dan overleven. Ook genieten ja, maar ik zou de eerste mama niet zijn die fysiek en mentaal op geraakt in dat eerste jaar met meer dan 1 kind.

Maar toch. 2 weken in het nieuwe jaar en 8 weken met een nieuwe baby voel ik me optimistisch en energiek genoeg om een lijstje te maken met 20 dingen die ik in 2020 wil verwezenlijken. Niet om als een checklist boven mijn hoofd te hebben loeren, een heel jaar aan een stuk. Maar als reminder om leuke dingen te doen, af en toe te kiezen voor mezelf én voor de dingen die ons gezin blij maken.

Here we go.

1. Een wafel op een stokje eten

Het floepte in mijn hoofd als ‘dat wil ik nu al zo lang proberen, laat ons dat in 2020 gewoon doen’. En het was dus prompt de geboorte van dit lijstje. Het hoeft niet altijd groots of moeilijk te zijn om je blij te maken.

2. Met mijn voetjes in de zee

Deze is een goede reminder voor mezelf om naar de zee te trekken. Ik doe dat weinig, zelden eigenlijk. De zee is ver. Dat moet geregeld worden. Ik vind dat ge dat niet doet voor een dag op en af. De Belgische kust is ook niet altijd bepaald mooi met zijn volgebouwde dijken. Maar eigenlijk verlang ik vaak naar een zicht op zee. Nog het vaakst in het najaar. Uren turen naar opkomend of wegtrekkend water. Kleine en grote bewegingen zien in dat eindeloze niets. Het idee alleen al geeft me rust.

Maar het doel is dus niet staren naar de zee. Het doel is voetjes in de zee. Omdat het me uitdaagt te spelen, ook fysiek te genieten van het water. Minstens met mijn voeten, wie weet zelfs helemaal.

3. 20 boeken lezen

Na de geboorte van Ot was ik fysiek te moe om me te concentreren op een boek. Na een kwartier merkte ik vaak dat ik nog altijd maar een halve bladzijde gelezen had. Dus begon ik met luisteren naar podcasts. Ook heel fijn, maar wel iets dat vaak vluchtiger is.

Ik miste het in een boek kruipen, het magische van een denkbeeldige wereld betreden en je daarin een klein beetje verliezen. Dus wil ik terug meer lezen. De kerstman bracht alvast een e-reader, zodat ook lezen in bed en lezen op de trein aangenamer wordt.

4. Terug een bib kaart nemen

Omdat ik niet enkel op de e-reader wil lezen, maar ook effectief nog boeken in mijn handen wil voelen. En omdat het niet nodig is om alle boeken zelf te kopen. Met een abonnement op de bib ben je goedkoper af én hoef je niet alles in je eigen huis te stockeren. Plus, ik wil dat naar de bib gaan iets wordt dat we met het gezin doen. Dus, dan moet ik eerst zelf ook terug oefenen.

5. Koken uit ‘Honger’

Deze hoeft niet veel uitleg. Ik kreeg Honger van Mme Zsazsa. Het kookboek bleek nog schoner en leuker dan ik had verwacht. (Met bijgerechtjes bij elk gerecht en variaties en vegan opties en …) En in 2020 plan ik daaruit te koken. Veel.

6. Zoeken naar meer verbinding in spelen met Ot en hoe we daar samen deugd van kunnen hebben

Iets vager, maar daarom niet minder belangrijk. Integendeel.

Ot zal mij niet als eerste kiezen om mee te gaan spelen. Dat is logisch, want ik zit ten opzichte van hem eerst en vooral in een zorgende rol. Maar eigenlijk heb ik daar last van. Ik wil niet enkel en alleen de mama zijn die het huis op orde houdt, de was doet, dingen plant en opruimt. Ik wil ook de fun, de hits.

Enkele jaren geleden kwam ‘spelen’ in een workshop loopbaanvaardigheden naar voren als 1 van de dingen die ik het belangrijkst en leukst vindt in het leven. En ook 1 van de dingen die ik nog weinig doe. En dat is jammer.

Dus wil ik in 2020 op zoek gaan naar hoe ik meer terug kan spelen, ook met Ot. Want niet iedereen speelt graag hetzelfde of op dezelfde manier, maar ik denk dat we elkaar wel gaan vinden.

7. 85 kg wegen

Dit doel sluit eigenlijk aan bij het vorige. Want om vrij te kunnen spelen, te kunnen loslaten, moet ik me ook beter in mijn fysieke vel voelen. Het gevoel hebben dat ik kan spelen, het fysiek aankan om mee te hollen en te klimmen en Ju paardje te spelen en ….

85 kg wegen gaat niet over het cijfer, maar over gezond zijn of blijven. Fitter worden om mee te kunnen met mijn kinderen. Lotte op instagram motiveerde zichzelf met foto’s. En dat inspireert wel, maar man, wat een drempel moet ik daar nog voor over!

8.  10km lopen

Eerst stond er 5. Maar dat heb ik mezelf al eens cadeau gedaan voor mijn verjaardag. En er mag toch iets van uitdaging in dit lijstje zitten, niet? Dus maakte ik er 10 van.

Het past helemaal in het kader van de vorige twee doelen én ik heb er een heel jaar voor.

Zou het me lukken, denk je?

9. Passata maken

Dit is de afgelopen jaren al altijd gelukt. Maar ge moet er u wel op organiseren en het doen. Het vraagt tijd, dedication en een overhoopgegooide keuken. Dus vond ik het wel waardig om deze lijst te halen.

10. Een Cent pur Cent workshop volgen

Nog iets wat ik eigenlijk stiekem al jaren wil, is een ochtendroutine en de bijhorende producten vinden, waardoor ik me ’s morgens toch iets of wat zou opmaken en verzorgen. En zo met iets meer aandacht voor mezelf dan nu aan mijn dag zou beginnen. 3 minuten me-time in de ochtend. Maar dan wel iemand die me vertelt hoe ik dat kan doen en met welke producten precies.

Ik leerde Cent pur Cent via via online kennen en dat lijkt me het geknipte merk om mee aan de slag te gaan. En ze geven workshops!

11. Iets naaien

Twee jaar geleden volgde ik al eens een lessenreeks en ik was (ben) enorm trots op wat ik daar gemaakt heb. Het bracht me rust en eigenlijk is dit echt iets dat zou willen kunnen. Dus probeer ik er dit jaar ook nog eens werk van te maken.

12. 100 Headspaces afwerken

Headspace is een meditatie-app die door de jaren heen alleen maar mooier en gebruiksvriendelijker is geworden, maar die ik in hectiek eerder vergeet dan er dankbaar gebruik van te maken.

Ik ben nog altijd het meeste fan van de stem van Andy zelf en hoop dus dit jaar 100 sessies af te werken.

13. 20 blogjes schrijven

Het is spijtig, maar soms moet ge dus gewoon een getal plakken op die dingen die u deugd doen. En ze op een lijstje zetten als reminder. Maar gemiddeld elke twee weken iets schrijven, dat zou toch moeten lukken, he?

Als er nu al schrijfverzoeken zijn, dan laat ge die hieronder maar achter!

14. Een plan maken voor de indeling van de bureau

Ja! Plannen maken! Want een huis is nooit af en het tuinplan is nog niet volledig rond of ik wil al werk maken van onze bureau. Een zwangerschapsverlof doet die plannen alleen maar aanwakkeren, dus ik heb al een Pinterestbord en een hoofd vol ideetjes. Maar eens de grote werken in de tuin gedaan zijn, wil ik dus een concreet plan maken voor de bureau. Hoera!

15. Gaan eten in de serre van Woeste Goesting

Instagram is iets prachtig, want via Mme Zsazsa leerde ik Woeste Goesting kennen. Zij organiseren zondagmiddagdiners in hun serre of buiten in hun moestuin, met gerechten die rechtstreeks uit die moestuin komen! Wat wil een mens nog meer aan idylische sfeer en geitenwollensokkerij.

16. Vrijwilliger worden bij d’Oranje Giraffen

D’Oranje Giraffen zijn een hele hoop vrijwilligers die in Diest enorm leuke dingen opzetten. Veelal (socio-)culturele activiteiten, vaak ook voor gezinnen. Het sluimert in mijn achterhoofd sinds we naar hier verhuisden om een handje te helpen bij bepaalde projecten. En in 2020 hoop ik dat waar te maken.

17. Donderdag veggiedag invoeren

Wij eten regelmatig vegetarisch, denk ik. Want dat is zo op den bots, dat ik het eigenlijk niet weet.

Dus insert Donderdag Veggiedag, om ervoor te zorgen dat we toch echt minstens 1 keer in de week vegetarisch eten én om wat structuur in onze eetweken te steken. (Ik plan zo’n moeder te worden die haar basisindeling van wat eten we op welke dag vastlegt.) En het bovenvermelde boek van Mme Zsazsa gaat me daar enorm in helpen.

18. Gaan yoga doen in De Kas

Een oude aardbeienserre die werd omgebouwd tot yogastudio. Need I say more?

19. De pannen van het dak dansen

Een doel dat ik heb gepikt van een vriendin, omdat het zo’n goeike is. Je kan gaan dansen, maar je kan ook de pannen van het dak dansen.

En dat laatste he, dat doet het meeste deugd.

20. Zelf nog eens muziek maken

Ik vind dit zo’n moeilijke om op te schrijven en misschien daarom is het wel 1 van de meest waardevolle dingen op dit lijstje. Toen ik auditie deed voor Amuse vertelde ik aan Wouter “Samen muziek maken heelt de ziel”. En dat is echt zo.

In een groep stappen en daar zingen of spelen, dat is van het meest eerlijke en kwetsbare dat ik kan doen. Zelfs als ik dit opschrijf, krijg ik een krop in mijn keel. Hoe hard ge naar iets kunt verlangen, iets kunt missen ook. En dat ge dat wel wilt durven en kunnen, maar er tegelijkertijd helemaal door overdonderd wordt. Ik ben op niks zo jaloers als mensen die muzikaal op een podium samen iets brengen. Niks ontroert mij harder dan een collectief dat recht naar mijn hart speelt. En niks boezemt mij meer angst in dan dat zelf terug willen, durven doen.

 

Blijkt eigenlijk dat spelen (in veel vormen) de helft van mijn lijstje uitmaakt. Goed jaarthema, me dunkt.

Hebben jullie voornemens? Of een jaarthema?

Moest er iemand goesting hebben om zich mee op een doel te smijten, laat het me vooral weten. Want samen iets proberen is al eens plezanter dan alleen.

Shelfie Sunday

Shelfie Sunday

Shelfie Sunday

Speelgoed. Hoe doet gij dat?

Ik was (en soms ben ik dat nog een beetje) vastberaden geen massa lelijk, fantasieloos speelgoed in huis te halen. Omdat ons huis helemaal niet zo groot is, maar ook omdat niet-speelgoed vaak ook fijn speelgoed is en een massa plastieken brol weinig duurzaam is.

Maar een kind speelt al eens graag ergens mee. Dus is er vanalles en nog wat. Voorlopig is er ook weinig dat echt lelijk valt te noemen. Al schuift uw tolerantie wel wat op natuurlijk.

Vorige week haalden we doorzichtige plastieken dozen. Om de smart maxen en de blokken te sorteren. Niet de mooie dozen, maar doorzichtig, want dan ziet ge meteen wat er in zit. Keihandig. Dat staat nu in plain sight in mijn living. Uw tolerantie schuift dus op.

Maar daar wilde ik het niet over hebben. Ik lees al eens graag over Montessori. En op instagram is er @Montikids. Elke zondag deelt zij een #shelfiesunday. Het idee is dat je een foto van je speelruimte deelt. En bij Montessori is dat een zacht tapijt en daarbij een open rekje waar het speelgoed van je kind staat uitgestald. Zo kan hij/zij zien wat er is, zelf kiezen waarmee gespeeld wordt en krijg je meteen ook mee dat dat super geconcentreerd spelen is, wat je kleine dan doet. Dat laatste is zeker niet altijd waar.

Ik haalde er wel al veel inspiratie uit. De Expedit van Ikea al in onze living, dus dat werd makkelijk een shelfie. Wat ik moeilijker vind, is alles overzichtelijk houden. Zo clean als op die insta-foto’s zal ik het hier nooit krijgen. De dozen die we zochten staan er nu dus ook al naast, samen met een doos knuffels. En er zijn nog andere boekjes en speelgoed dat in dozen in de bureau staat. En dat kan dus afgewisseld worden.

Maar mijn vraag dus. Hoe doen jullie dat?

Aan zij die overleefden

Aan zij die overleefden

Aan zij die overleefden

Ot is 4 maanden oud vandaag
An zou 35 jaar geworden zijn.

Ik heb nooit goed beseft wat dat is, een baby van bijna 5 maanden. Hoeveel karakter daar al in zit, hoe volledig mens zo’n kind is.
Hoeveel liefde daarin kruipt, zo’n groot deel van uw zijn. Dat het ondenkbaar is dat dat ooit er niet zou zijn. En hoe groot het gat is dat dan achterblijft.

Ik leerde intussen dat het niet uitmaakt of je nog geen halve minuut of meer dan 20 jaar samen hebt gehad. Je hoort je kind niet te begraven.

Dus pak vanavond uw kinderen nog eens vast. Ook als het moeilijk is, in tijden van slechte rapporten, roepende pubers, schijnbaar onoverkomelijke geschillen. Want wij zijn de gelukkigen.

Deze is voor mijn mama en papa.
Voor Ellen en Tom.
Voor Maryse en Etienne.
Voor Lieve en Ides.
En al die anderen die het onmogelijke overleefden.

Een geboorteverhaal. De moeder.

Een geboorteverhaal. De moeder.

Een geboorteverhaal. De moeder.

Sommige vrouwen weten hun hele leven al dat ze voorbestemd zijn om moeder te worden. Zij voelen de nood om te zorgen in het diepst van hun beenderen. Ze weten in hun tienerjaren al hoe hun eerstgeborene zal heten, hoe de kinderkamer er zal uitzien. Ik was zo geen vrouw. Er was een lange periode dat ik er zeker van was dat ik zelf geen nieuw leven op de wereld zou zetten. Toch zeker niet wanneer er zoveel kinderen zonder ouders verder moesten en de wereld al zo overbevolkt was. Maar toen kwam Samme en veranderde dat idee stukje bij beetje.

Er zijn vrouwen die als moeder geboren worden, samen met hun baby. Die op slag verliefd zijn, wiens Grote Geluk niet op kan wanneer de kleine ter wereld komt. Die hun spruit vastnemen en meteen weten: “Ik ben jouw mama”. Ik was zo geen vrouw. De eerste uren na de bevalling zijn een beetje een waas. Waarschijnlijk was ik blij, maar meer waarschijnlijk was ik moe, compleet overdonderd en lichtjes van de wereld.

Van vriendinnen hoorde ik op voorhand (godzijdank!) dat je niet per se meteen verliefd bent op je baby. En dat dat ok is. Toch vond ik het moeilijk om mij niet schuldig te voelen toen ik de eerste dag niet wist of ik hem wel mooi vond. Toen ik niet wist wie hij was, wat hij hier in godsnaam kwam doen bij ons. Toen ik niet wist of ik hem wel zou herkennen, moest hij op zo’n babyzaaltje liggen zoals in de films.

Blijkt dat het moederschap in fasen komt. Kleine verwezenlijkingen, momenten waarop je beseft dat het toch al beter of makkelijker gaat dan vorige week of de baby ineens een grote stap vooruit zet.

Zo was er de maandag, een week nadat we uit het ziekenhuis kwamen, dat ik voor het eerst niet weende. Wat een enorme overwinning was. De babyblues heeft mij ferm te pakken gehad, maar die dag zag alles er ok uit, doenbaar, minder mistig.

Op de donderdag dat hij drie weken oud werd, dacht ik voor het eerst: “Awel ja, ik zou dat hier alleen gedaan krijgen. Ot en ik, wij kunnen dat.” Ik heb het geluk gehad (wij hebben met z’n drieën het geluk gehad) dat dat niet moest. Samme zat tijdelijk zonder werk en dat leverde ons een enorm mooie tijd op. En ook het besef dat 10 dagen vaderschapsverlof niets is.

Een week later werd ik dan weer ongelofelijk droevig bij de gedachte dat ik niet elk moment met hem zou kunnen opslaan in mijn geheugen. Dat hij dingen deed, elke dag, die ik me later niet meer zou herinneren. Ik maakte me zorgen dat ik te weinig aan het genieten was, dat ik te weinig genieten kon tussen de vermoeidheid en het “hoe zwaar is dat hier zeg” door.

Maar het echt genieten kwam toch, toen hij een week of 7 oud was. Ik merkte hoe ik blij werd van hem, van met hem bezig zijn, hem te leren kennen. Van hun tweeën samen te zien ook. Hart ontploft en van die dingen.

En zo kwamen we wandelend, wiegend, knuffelend en lachend aan waar we nu zijn. Ot is vandaag 13 weken. Gisteren vierden we zijn drie maanden met de obligatoire foto met kaartje. Volgende week vrijdag ga ik mijn eerste dag terug werken en dus komen we in een nieuwe fase. Die van loslaten en vertrouwen in anderen om voor hem te zorgen. Die van beseffen dat we niet meer de hele dag zullen samen zijn en daar stilletjes beetjes om wenen. Maar vooral van genieten en knuffelen, gewoon omdat het kan.

In een artikel op Motherly las ik dat het gemiddeld 4 maanden en 23 dagen duurt om eraan te wennen dat je (voor de eerste keer) mama bent geworden. Ik denk dat ik er ben. Ot is mijn zoon. Ik ben zijn mama.