Selecteer een pagina
Aan zij die overleefden

Aan zij die overleefden

Ot is 4 maanden oud vandaag
An zou 35 jaar geworden zijn.

Ik heb nooit goed beseft wat dat is, een baby van bijna 5 maanden. Hoeveel karakter daar al in zit, hoe volledig mens zo’n kind is.
Hoeveel liefde daarin kruipt, zo’n groot deel van uw zijn. Dat het ondenkbaar is dat dat ooit er niet zou zijn. En hoe groot het gat is dat dan achterblijft.

Ik leerde intussen dat het niet uitmaakt of je nog geen halve minuut of meer dan 20 jaar samen hebt gehad. Je hoort je kind niet te begraven.

Dus pak vanavond uw kinderen nog eens vast. Ook als het moeilijk is, in tijden van slechte rapporten, roepende pubers, schijnbaar onoverkomelijke geschillen. Want wij zijn de gelukkigen.

Deze is voor mijn mama en papa.
Voor Ellen en Tom.
Voor Maryse en Etienne.
Voor Lieve en Ides.
En al die anderen die het onmogelijke overleefden.

Een geboorteverhaal. De moeder.

Een geboorteverhaal. De moeder.

Sommige vrouwen weten hun hele leven al dat ze voorbestemd zijn om moeder te worden. Zij voelen de nood om te zorgen in het diepst van hun beenderen. Ze weten in hun tienerjaren al hoe hun eerstgeborene zal heten, hoe de kinderkamer er zal uitzien. Ik was zo geen vrouw. Er was een lange periode dat ik er zeker van was dat ik zelf geen nieuw leven op de wereld zou zetten. Toch zeker niet wanneer er zoveel kinderen zonder ouders verder moesten en de wereld al zo overbevolkt was. Maar toen kwam Samme en veranderde dat idee stukje bij beetje.

Er zijn vrouwen die als moeder geboren worden, samen met hun baby. Die op slag verliefd zijn, wiens Grote Geluk niet op kan wanneer de kleine ter wereld komt. Die hun spruit vastnemen en meteen weten: “Ik ben jouw mama”. Ik was zo geen vrouw. De eerste uren na de bevalling zijn een beetje een waas. Waarschijnlijk was ik blij, maar meer waarschijnlijk was ik moe, compleet overdonderd en lichtjes van de wereld.

Van vriendinnen hoorde ik op voorhand (godzijdank!) dat je niet per se meteen verliefd bent op je baby. En dat dat ok is. Toch vond ik het moeilijk om mij niet schuldig te voelen toen ik de eerste dag niet wist of ik hem wel mooi vond. Toen ik niet wist wie hij was, wat hij hier in godsnaam kwam doen bij ons. Toen ik niet wist of ik hem wel zou herkennen, moest hij op zo’n babyzaaltje liggen zoals in de films.

Blijkt dat het moederschap in fasen komt. Kleine verwezenlijkingen, momenten waarop je beseft dat het toch al beter of makkelijker gaat dan vorige week of de baby ineens een grote stap vooruit zet.

Zo was er de maandag, een week nadat we uit het ziekenhuis kwamen, dat ik voor het eerst niet weende. Wat een enorme overwinning was. De babyblues heeft mij ferm te pakken gehad, maar die dag zag alles er ok uit, doenbaar, minder mistig.

Op de donderdag dat hij drie weken oud werd, dacht ik voor het eerst: “Awel ja, ik zou dat hier alleen gedaan krijgen. Ot en ik, wij kunnen dat.” Ik heb het geluk gehad (wij hebben met z’n drieën het geluk gehad) dat dat niet moest. Samme zat tijdelijk zonder werk en dat leverde ons een enorm mooie tijd op. En ook het besef dat 10 dagen vaderschapsverlof niets is.

Een week later werd ik dan weer ongelofelijk droevig bij de gedachte dat ik niet elk moment met hem zou kunnen opslaan in mijn geheugen. Dat hij dingen deed, elke dag, die ik me later niet meer zou herinneren. Ik maakte me zorgen dat ik te weinig aan het genieten was, dat ik te weinig genieten kon tussen de vermoeidheid en het “hoe zwaar is dat hier zeg” door.

Maar het echt genieten kwam toch, toen hij een week of 7 oud was. Ik merkte hoe ik blij werd van hem, van met hem bezig zijn, hem te leren kennen. Van hun tweeën samen te zien ook. Hart ontploft en van die dingen.

En zo kwamen we wandelend, wiegend, knuffelend en lachend aan waar we nu zijn. Ot is vandaag 13 weken. Gisteren vierden we zijn drie maanden met de obligatoire foto met kaartje. Volgende week vrijdag ga ik mijn eerste dag terug werken en dus komen we in een nieuwe fase. Die van loslaten en vertrouwen in anderen om voor hem te zorgen. Die van beseffen dat we niet meer de hele dag zullen samen zijn en daar stilletjes beetjes om wenen. Maar vooral van genieten en knuffelen, gewoon omdat het kan.

In een artikel op Motherly las ik dat het gemiddeld 4 maanden en 23 dagen duurt om eraan te wennen dat je (voor de eerste keer) mama bent geworden. Ik denk dat ik er ben. Ot is mijn zoon. Ik ben zijn mama.

Lijf en leden.

Lijf en leden.

Ik doe mijn joggingbroek aan, wat uitgezakt sinds de wasbeurt van vorig weekend. Dikke wandelsokken aan mijn voeten, iets om gezelligheid te ensceneren (hygge ofzo). Een eenvoudige top, gemakkelijk voor de borstvoeding en een trui, want zomer is dat hier nog niet. Het is mijn uniform van de afgelopen 11 weken en het doet mijn lijf absoluut geen eer aan. Het doet mij geen eer aan, besef ik.

Mijn lijf en ik, wij zijn heel lang niet zo’n goede vrienden geweest. Te dik, niet mooi, te veel te donkere haren, te lomp. Wanneer dat idee er gekomen is, weet ik niet. In mijn hoofd is het altijd zo geweest dat ik moest oppassen wat ik at, want daar en daar werd je dik van. Ik was altijd al de dikste van de hoop (excuus, mollig was het gebruikte woord). Toch zie ik geen dik kind wanneer ik terugblader in fotoalbums uit mijn kindertijd.

Ergens ging het dus mis tussen dat lijf van mij en mezelf. Ergens gingen we elk onze eigen weg, hoorden we niet meer samen. Waren we elk iets apart. Of waren we misschien wel niet.

De afgelopen jaren werkte ik hard om mezelf terug wat liever te zien en dus ook dat lijf van mij. Ik leerde dat we samen horen, samen deel uitmaken van één fijn, mooi en waardevol geheel. Dat ik wat zachter en milder mocht zijn. Ook voor mezelf. En dat er niets mis is met zorgen voor je eigen lichaam en geest.

Al dat geleerde nam ik mee in een zwangerschap en bevalling waarin mijn lijf me versteld deed staan. Nooit was ik zo trots op mijn sterke lijf, de kracht ervan, wat wij samen hadden gepresteerd die 30e november. Nooit eerder had ik mezelf zo aanvaard zonder verwijten of verwensingen als tijdens dat magische derde trimester.

11 weken later schiet er van zacht zijn en zorgen voor mezelf niet zo heel veel meer over. Is de eer even ver zoek.

Maar misschien al goed dat ik dat bij deze besefte.

Want je moet ergens beginnen. En zacht zijn voor jezelf. Nietwaar?

Hoera voor Ot

Hoera voor Ot

April 2017.  Tijdens het etentje voor mijn mama haar verjaardag neem ik geen aperitief, want er zal een baby komen. Mijn oudste broer reageert met twee dingen.

  1. “Ik had het gezien toen ge binnenkwam.”  —  Ik was op dat moment 5 weken zwanger…
  2. “Wanneer zullen we dan al onze spullen brengen?” — Na drie kinderen en volledig uit de pampers kon hij niet wachten om kleren, meubels en speelgoed te verpatsen.

In augustus stond ons huis dus al goed vol. Bed.Check. Park.Check. Buggy. Check. Kleren tot en met maatje 92. Check. Staat hier al een potje klaar in de kast? Awel ja. Ge kunt u voorstellen hoe blij wij daar mee waren. Het heeft ons niet alleen handenvol geld bespaard, mogelijks heeft het me ook gered van een inzinking. Want wie bedenkt het toch dat een half labiele, hormonaal emotionele zwangere vrouw een hele dag in een tot de nok gevulde winkel moet rondlopen en keuzes moet maken over wat er wel en niet op de geboortelijst zal komen. Die ene keer dat ik dit najaar toch de Orchestra binnenliep (misschien wilde ik wel nieuwe lakentjes), kwam ik er helemaal overstuur en overprikkeld terug buiten. Hoera voor de broer en de schoonzus dus!

Hoera ook omdat het ons in staat stelde eens wat anders op Ot zijn geboortekaartje te zetten. We kozen ervoor geen cadeaus of geld te vragen. We hadden alles al. Ot zou niets te kort komen. Wel vroegen we kraamkost en zetten we het rekeningnummer van Welzijnszorg er op, zodat mensen ter ere van Ot zijn geboorte een gift konden doen met de mededeling “Hoera voor Ot”.

Ot is namelijk een hele gelukkige jongen. Hij werd geboren met alles voorhanden. De spullen die nodig zijn om een pasgeboren baby te verzorgen, alle kansen van de wereld. Maar er zijn een heleboel kinderen die dat niet hebben, of alleszins veel minder, ook hier om de hoek. Daarom kozen we voor Welzijnszorg.

Ze bestrijden armoede in Vlaanderen structureel, door beleidsmakers, politici en gewone mensen te informeren over armoede naast onze deur. En ze steunen hele fijne armoedeprojecten, zoals wanneer mijn collega’s een jaar lang werken rond sport met mensen die er geen toegang toe hebben. Omdat je aansluiten bij een sportclub geld kost of een sociaal netwerk vereist, je de ‘juiste’ kleren moet hebben om een fitness binnen te stappen of een slecht onderhouden gezondheid een fikse wandeling in de weg staat.

Begin deze week kregen we te horen dat in Ot zijn naam maar liefst 1275 euro gestort werd. Dat is 1275 euro waarvan ik zeker ben dat ze goed besteed wordt en gaat naar enorm waardevolle projecten voor mensen die het nodig hebben. Bij deze dus een enorme dankjewel aan iedereen die een gift deed! En moest je Welzijnszorg nog niet kennen. Ga dan zeker een kijkje nemen op hun website www.samentegenarmoede.be.

40 dagen bloggen. Start.

40 dagen bloggen. Start.

Gisteren las ik bij Kelly dat ze meedoet aan “40 dagen bloggen”. Wel ja, dacht ik. Dat is het! Dus ik schreef mij gisterenavond in en begin er een dag te laat aan. Want een baby met een sprongetje besliste dat er gisterenavond nog nul tijd was om even rustig te gaan zitten en dit te typen.

Op deze blog stond al weer een jaar niets. Niet omdat ik niet wil schrijven, maar omdat ik niet durf. Elke f*cking keer opnieuw. “40 dagen bloggen” wordt dus een hele uitdaging, waarschijnlijk een heuse confrontatie met mezelf en hopelijk leer ik er wat uit. Dat schrijven gewoon plezant is bijvoorbeeld (dat weet ik eigenlijk al) en dat het niet uitmaakt of iemand dat leest en goed vindt (hoewel dat wel leuk zou zijn natuurlijk).

In het afgelopen jaar gebeurde er wel wat. Hence de #Ot en de babyspam op mijn Instagramaccount. Gaat dat hier nu de hele tijd over baby’s gaan? Hopelijk niet. Maar ik moet nog wel wat kwijt over een kindje krijgen voor de eerste keer. En nu ik nog in zwangerschapsverlof ben, is mijn wereld nog niet zo heel veel groter dan die baby. Maar op 9 maart ga ik terug aan de slag. Dus dan gaat de wereld terug wat breder open. Bovendien start het moestuinseizoen bijna terug. Hoera!

Dus nu zijn we vertrokken en zoek ik nog snel een foto voor hierboven voordat Ot helemaal wakker is.

2016. Muziek.

2016. Muziek.

Iets meer dan zeven jaar geleden ging ik auditie doen bij een koor. Naast je muzikale talenten laten zien, moest je ook een sollicitatiegesprekje ondergaan. Waarom wil je dit doen? Waarom dit koor? Ben je wel gemotiveerd genoeg? Dat soort zaken. Ik herinner me niet uitgeslapen genoeg te zijn voor zo’n gesprekje (hallo zeg, een hele dag auditie voor een koor), maar één van mijn antwoorden bleef me bij: met andere mensen muziek maken is helend.

Laat 2017 het jaar zijn waarin ik dat terug introduceer.

Maar eerst nog de Highlights from 2016.

In 2016 mocht ik zingen op twee trouwmomenten.

Mogen zingen op trouwmomenten is altijd ongelofelijk plezant. Een hele eer ook. En als je de trouwers heel goed kent, dan is dat kiekevel van boven tot onder en proberen niet te janken.

Hanne en Lim vroegen een lied van nonkel Bruce. Ik koos er zelf nog deze Tom Waits bovenop. Hoera voor de herontdekking van Closing Time dit najaar.

In 2016 waren er concerten om nooit te vergeten.

Concerten die nazinderden. Wanneer het applaus was verstomd en de zaallichten al lang weer aan. Dagen, soms weken lang. Herbeleefd in mijn lijf.

Zoals We shall overcome van Wim Opbrouck en vrienden. Ik wilde gaan omwille van de titel en het nummer dat ik ken van de Seeger Sessions van Springsteen. Het overtrof al mijn verwachtingen. Blijkt dat ik fan ben van wat Opbrouck maakt.

Het andere was Hans Zimmer in Paleis 12. Op het eerste gezicht heel vreemd die grote zaal, maar het was super. Ook al omdat een vriend van ons meezong. Jaloers van begin tot einde, ik.

Zimmer is de componist van mijn allerfavorietste filmmuziek ooit: Gladiator. Het is de muziek waar ik ooit uren aan een stuk op studeerde (of toch heel hard mijn best deed) en die ook nu nog mijn focusmode op on zet. Dat live horen was wenen.

Het laatste nummer kwam uit de film Inception. En ik nodig u graag uit om te volgen tot die geschifte laatste noot.