Selecteer een pagina

En een extra stukje oor.

25 februari 2018 | 40dagenbloggen, meegemaakt

Ot was uitgeteld voor 10 december. Ik was er heilig van overtuigd dat hij pas de 20e zou komen. Een eerste kindje komt nu eenmaal vaak te laat. Mijn zwangerschap was verder zonder problemen verlopen en er bougeerde nog niet echt iets. Ik stopte twee weken voor datum met werken en dacht nog even te bekomen van het drukke en uiteindelijk ook zieke (oorontsteking doet belachelijk zeer, miljaar) najaar.

De osteopaat en ik waren het er over eens op maandag. Dat was nog niet voor deze week. De gynaecoloog en ik waren het er over eens op dinsdag. Dat was nog niet voor deze week. Woensdagavond brak mijn water. Bij vrienden thuis. Niet met een hele plas op de vloer enzo, maar toch. Minstens een beetje awkward. Ot zijn peter bracht me handdoeken en wij reden naar huis. Een beetje beduusd en al.

Ik had gekozen voor een vroedvrouwenpraktijk die wel de arbeid aan huis begeleiden, maar geen thuisbevallingen doen. Monique stond om 22u aan onze deur om mij te onderzoeken. Maar zoals we al dachten, er bougeerde niets. Ook om 1u bougeerde er niets en dus probeerden we wat verder te slapen. Het zal u niet verbazen dat dat niet zo heel evident was, dat slapen. Want buiten het feit dat ik om het uur dacht “Voel ik nu iets?”, moest ik in mijn hoofd ook alles nog efkes regelen. We hadden ’s avonds inderhaast Ot zijn valies verder gepakt, mijn valies gepakt, nog wat opgeruimd en het vlees dat nog in de frigo klaarlag om 7 liter spaghettisaus en 3 liter stoofvlees te worden, in de diepvries gestoken. Want mijn lijstje “Dingen om klaar te hebben voor de baby komt” was niet klaar geraakt.

Fast forward naar donderdagochtend 8u, ingeschreven (want verwacht) in het moederhuis hier in Diest. We kregen de eerste arbeidskamer rechts. Het bleek al snel een drukke dag in het verloskwartier. Naast ons moest er nog iemand ingeleid. Aan de overkant kwam een tweeling ter wereld. Later op de dag rolde er nog iemand binnen en snel weer buiten. Ot was uiteindelijk de 5e en laatste van de dag.

Ik had op voorhand best veel gelezen, misschien wel te veel gelezen. Over #genoeggezwegen en hoe vrouwen in hun bevalling een ongelofelijk trauma opliepen. Ik had schrik (enorm veel schrik) om hetzelfde mee te maken. Om zeggenschap ontnomen te worden, om gepusht te worden in een richting die ik niet in wilde gaan, … Ik wist dat ingeleid worden meer kans gaf op meer pijn, meer kans gaf op een epidurale verdoving, meer kans gaf op een knip, meer kans gaf op complicaties.

Maar de verhalen die ik gelezen had, waren niet mijn verhaal. Ieders verhaal is anders. En onze dag werd ongelofelijk mooi, warm en om nooit meer te vergeten.

Ik kreeg dus een infuus, banden om mijn buik voor de monitor en de boodschap dat ze dat om de zoveel tijd wat hoger gingen komen zetten. Zo ging alles wel op gang komen. Wij wachtten rustig af en bestelden intussen nog enveloppen online, vroegen nog eens na wanneer de zakjes en stickers zouden aankomen en kozen ook nog snel hoe we de grote weckpotten zouden toe houden. (Ik zei al, mijn lijstje was niet klaar geraakt. Ja, ik weet het, ge moet dat doen voor 38 weken. Nee, dat is niet gelukt.)

We sms’ten en chatten met familie en vrienden die toch net die donderdag uitkozen om nog eens te polsen hoe het met ons ging. “Goed! Beetje rusten, de laatste dingen in orde maken.” (Dat was dus niet helemaal gelogen he.) Ik las de tekst die Leen die ochtend op facebook plaatste en we wisten weer hoe dankbaar we mochten zijn voor wat er allemaal ging gebeuren.

Rond twaalf uur zei de vroedvrouw “Ja, we zitten aan 5 cm. Maar dat water van u is toch niet helemaal gebroken. Ik zet het infuus uit. En dan breken we uw vliezen verder en dan gaat dat hier nogal eens in gang schieten hoor. Zijt ge zeker dat ge geen epidurale wilt?” Ik had al eens vriendelijk bedankt en deed dat nu weer. Ik ging nog gans goed op die bal.

Dat dat nogal eens in gang ging schieten bleek een fabeltje en daar was ik niet zo goedgezind over. Ik werkte keihard, maar dat ging niet vooruit zoals de vroedvrouw had beloofd. Toch maar dat infuus terug aan. En was ik zeker dat ik geen epidurale wilde?

Maar ik werkte verder. Vanop mijn bal. In mijn linkerhand het uiteinde van het bed, in de rechter het statief van de infuus. Ergens in de namiddag probeerden we nog Regenwormen te spelen. De stagiaire keek een beetje raar.

Ik kreeg warmtepakken op mijn onderrug en Samme zat er bij en keek er naar (hij at af en toe ook iets met vleessaus en een mandarijntje). Op voorhand hadden we wild gespeculeerd over hoe ik me zou gedragen in het heetst van de strijd. Zou ik roepen, hem verwensen, wenen? Blijkbaar niet. Ik bleef in mijn coconnetje. En iedereen moest vooral van mijn lijf blijven.

Om 19u kwam het verdict “Toch maar een epidurale”, want mijn lijf kreeg dat niet meer verzet en we zaten nog altijd maar aan 8. Bovendien waren die weeën nooit echt geweest wat ze hadden moeten zijn. Dus zette ik mijn schrik voor de prik opzij (die verdoving doet wel degelijk veel meer pijn dan mijn tandarts mij ooit pijn gedaan heeft) en voelde mijn buik even later aan als een ballonnetje. Het infuus werd nog wat harder open gezet en een uurtje later was Ot er klaar voor.

Op 30 minuten gaat dat hier klaar zijn, zei de vroedvrouw. Het werden er 40, al leek het nog geen kwartier verder toen ik vanuit de verte werd aangemaand mijn ogen open te doen en hem aan te nemen. Wist ik veel dat we al zo ver waren! Hij schreeuwde en kreeg een flinke 10.

21:06. 48 cm. 3.080 kg. 10 vingers, 10 tenen en een extra stukje oor. Ot.